Over arbeid gesproken (3)

Ik schreef u al een jaar of zeven geleden over het fenomeen Zwitserse feestdagen. Naar goed Zwitsers gebruik zijn die immers van kanton tot kanton verschillend. Ik heb u toen een handig tabelletje gegeven zodat u bij een bezoek aan Zwitserland nooit voor verrassingen komt te staan. Of u moet op Tweede Pinksterdag in Appenzell Ausserrhoden boodschappen willen doen. Het zetduiveltje heeft verhinderd dat mijn tabelletje dit als een feestdag heeft aangemerkt. Gelukkig heb ik in de laatste 8 jaren geen klachten gehad over of van mensen die op 2e Pinksterdag speciaal naar Appenzell Ausserrhoden reden en voor de gesloten deuren van de lokale Migros in tranen – danwel woede – uitgebarsten zijn.

Op dit soort punten lijkt Zwitserland wel op een EU in het klein. Want ook in de EU verschilt het aantal feestdagen van land tot land. Als u de link opent, begrijpt u inmiddels waarom Zwitserland niet in dat rijtje staat. De journalist van nu.nl staat natuurlijk nog in Appenzell Ausserrhoden de openingstijden van de Migros te bestuderen – logisch nietwaar?

Toch een paar tips. Houdt u van feest en vrije dagen? Waarom zou u dan naar Finland verhuizen? Kom gezellig in Ticino wonen. U heeft er net zo veel feestdagen als in Finland en het is er minder fris. In de bergen zijn er toch voldoende gelegenheden voor wintersport. Er zijn ook minder muggen dan in Finland – maar toegegeven: er is ook geen midzomernachtzon.

Bent u een noeste werker, wilt u eens wat anders dan Nederland en houdt u er niet van om links te rijden? Kom naar Appenzell Ausserrhoden. De Migros is er op Tweede Pinksterdag dicht – en op niet meer dan zeven andere feestdagen in het jaar. En als u de Brexit zou missen (alles is mogelijk), weet dan dat in Zwitserland bij vrijwel elk referendum weer de vraag opduikt, dat de EU wellicht alle verdragen met Zwitserland opzegt als u “nee” (of “ja”) stemt. Afgezien van het feit dat u waarschijnlijk helemaal geen stemrecht in Zwitserland hebt en al helemaal niet in Appenzell Ausserrhoden.

Maar ook voor de tussenmaten heeft Zwitserland van alles in de aanbieding. Heeft u graag 9 feestdagen per jaar? Kan. Kom naar Bern, Basel of Waadt. Liever 10? In Zürich en Thurgau wordt u op uw wenken bediend. Carnavalesks? Graag 11 feestdagen? Kom naar Glarus. Er zijn weliswaar maar 10 officiële feestdagen, maar de Berchtoldsdag (2 januari) wordt ook als een feestdag behandeld. Appenzell Innerrhoden en Luzern hebben 13 feestdagen per jaar, Aargau, Uri en Schwyz hebben er 14 en zoals gezegd, Ticino heeft er 15. Alleen als u graag 12 feestdagen per jaar heeft, moet ik u teleurstellen. Dan zult u echt naar Griekenland moeten.

Advertenties

De belastingen en de wapens

Terwijl mijn Nederlandse stem voor het Europese Parlement op weg is naar Den Haag, is er in Zwitserland ook nog huiswerk te doen. Dit kwartaal is het een bescheiden hoeveelheid: twee referenda op landelijk niveau en ééntje op kantonaal niveau. Maar het zijn wel stevige jongens, die de gemoederen behoorlijk in beweging houden.

Het eerste referendum op landelijk niveau gaat over schieten. Dat doen ze graag in Zwitserland – het verhaal van Wilhelm Tell mag bekend worden verondersteld; terzijde zij gemeld dat ik op het moment dat ik dit schrijf een stuk appelvlaai consumeer. Er zijn erg veel schutters en schutterijverenigingen met soms lange tradities. En natuurlijk is er in Zwitserland ook nog een lange dienstplicht. Dienstplichtigen bewaren hun Sturmgewehr gewoon thuis en het is wel even wennen om op het perron omgeven te zijn door een horde militairen die zijn wapentuig meesleept. En elke zoveel tijd moeten dienstplichtigen laten zien dat ze nog in staat zijn hun wapen te hanteren. Deze schietoefeningen heten in de volksmond äs Obligatorisch – het is zo vanzelfsprekend dat hierbij geschoten wordt dat er niet eens een verwijzing naar “schieten” in die term zit.

Het moge duidelijk zijn dat er bij schietgrage Zwitsers emoties en onderbuikgevoelens boven komen als je zegt dat een ongeluk in een klein hoekje zit en je met zo’n Sturmgewehr en ander militair speelgoed toch wel goed moet oppassen. “Men neemt ons het recht op wapens af”. Tja. Ik vind het niet zo’n gek idee, dat er even gekeken wordt voordat je iemand een wapen geeft.

Het andere onderwerp roept ook veel onderbuikgevoelens op: belastingen. Men beweert dat je in Zwitserland niet over geld praat (“je hebt het gewoon”). Nou, echt wel. En we ontkomen er ook niet aan: de Zwitserse belastingregels moeten worden herzien. Net als in Nederland hanteren veel Zwitserse kantons veel lagere belastingtarieven voor bedrijven die hier alleen hun brievenbus hebben. Zwitserland (en Nederland) staan daarom op een grijze/zwarte lijst van belastingparadijzen en de druk om van die lijst af te komen wordt steeds groter.
Op zich een goed plan dus om de belastingtarieven aan te passen en die toch al enorme winsten genererende internationale clubs eens normaal belasting te laten betalen net als iedereen. Het plan van de regeringen is echter anders: men wil de belasting voor alle juridische personen flink verlagen. Hoe dat dan moet met teruglopende belastinginkomsten wordt er niet bij verteld. Al eens eerder heeft het volk een dergelijke Unternehmenssteuerreform afgewezen. Nu is er wat nieuws bij bedacht: de staat zal als compensatie voor het volk twee miljard frank per jaar in de AHV-pot (zeg maar de AOW) storten. Kleiner gedrukt wordt vermeld, dat we daarvan we 1,2 miljard frank zelf betalen door een BTW-verhoging.

Dat is wel een rare gang van zaken. De voorstanders van deze package deal vinden het goed dat zo twee problemen met één referendum worden “opgelost”, maar het is toch op zijn minst vreemd, dat twee nauwelijks verwante onderwerpen nu in één referendum terechtkomen waarin je dus maar één keer ja of nee kunt zeggen. De enige overeenkomst tussen beide dossiers is dat het “hoofdpijndossiers” van de Minister van Financiën zijn. Maar er zijn voldoende farmaceutische bedrijven in en om Basel die de minister graag een hoofdpijnpoedertje verkopen.

Mijn stembus is een brievenbus

En weg is mijn stem, op weg naar Nederland.

U mag, als inwoner van Nederland, pas op 23 mei naar de stembus. Maar wij als Nederlanders buiten Nederland gaan al eerder. Dat moet ook, want de klassieke posterijen op onze planeet maken niet allemaal even veel tempo. Woon je in een land met prutpost, dan heb je gewoon pech want de tijd tussen het bekendworden van kandidatenlijsten en 23 mei is dan vaak te kort. Als u ooit een vakantiekaartje uit Italië, Griekenland of een echt verre bestemming naar Nederland stuurde, weet u waarover ik spreek.

Nederlanders in Italië, Griekenland en andere EU-landen mogen overigens ook in hun woonland aan de verkiezing deelnemen en stemmen dan op de kandidaten uit dat land. Zo kunnen de slakkenposterijen in elk geval bij EU-verkiezingen omzeild worden. Dubbel stemmen mag natuurlijk niet en omdat de EU-landen hun kiesregisters naast elkaar leggen wordt daar ook op gecontroleerd.

Voordat we de uitslagen van de EU-verkiezingen te zien krijgen, komen hier in Zwitserland eerst nog wat referenda voorbij. Die overigens ook met de EU te maken hebben: het aanpassen van het wapenrecht en het belastingrecht aan de EU-normen.

Nederlanders buiten Nederland

We zijn met een miljoen. Ongeveer, want niemand weet eigenlijk precies, hoeveel Nederlanders er buiten Nederland zijn. Nederland heeft immers geen sluitende ledenadministratie. Aan elke lijst met Nederlanders die de Nederlandse administraties leveren kunnen, kan ik gegarandeerd één Nederlander toevoegen die er niet op staat.

Maar hoe dan ook: we zijn met een heleboel. En vrijwel allemaal hebben we regelmatig met Nederland te maken. En lopen daarbij tegen problemen aan. Als trouwe lezer van deze blog weet u precies wat voor problemen dat zijn: als je niet meer in Nederland woont, wordt het ineens veel lastiger om je paspoort te vernieuwen, om mee te doen aan de verkiezingen voor Tweede Kamer en Europees Parlement, om een Nederlandse bankrekening aan te houden of te openen, om te kunnen communiceren met Nederlandse instanties zoals de belastingdienst, de sociale verzekeringsbank, je pensioenfonds, enzovoort. En denk je je voorbeeldig te gedragen als buitenlander in je woonland, door te integreren de nationaliteit van dat land aan te vragen, dan is in veel gevallen je Nederlandse paspoort ineens niet meer geldig en ben je geschrapt van die (niet bestaande en ook niet volledige) ledenlijst van Nederland.

Omdat die problemen vaak gelden voor alle Nederlanders buiten Nederland (NBN’ers), heb ik samen met een aantal andere NBN’ers een stichting opgericht die die problemen te lijf wil gaan: de Stichting Nederlanders Buiten Nederland (SNBN).

En natuurlijk liepen we daarbij meteen tegen een paar van die bekende NBN-problemen aan. Van onze lange lijst met Nederlandse banken zijn er maar twee of drie die überhaupt een rekening voor ons willen openen. Want alle bestuursleden wonen buiten Nederland. Een aantal zelfs in landen waarbij het de Nederlandse banken al gauw dun door de broek loopt. Zwitserland, Verenigde Staten, alle alarmbellen gingen rinkelen. Een gesprek bij één van de banken die in aanmerking kwamen, zou volgens de bank zelf een minuut of twintig gaan duren. Al gauw bleek dat het hele IT-systeem niet ingesteld was op stichtingen met buitenlandse bestuurders. De helpdesk moest eraan te pas komen en pas na meer dan een uur verlieten wij het pand – in de overtuiging, een rekening te hebben geopend. De check op het hoofdkantoor zou, zo was ons verzekerd, een formaliteit zijn. Drie dagen later was er inderdaad mail van de bank. Niet met ons rekeningnummer, maar met een ellenlange vragenlijst. Precies. Dat dus.

Als je zoiets aan een Nederlands politicus vertelt, staat hij of zij je vaak met open mond aan te staren. Echt waar? Zo lastig? Dat zou toch niet mogen!

Welaan, daarom presenteerde de SNBN zich vorige week donderdag, 18 april, op een persconferentie direct naast het hoofdkantoor van de Nederlandse politiek. En vijf Tweedekamerleden stonden ineens gebroederlijk en gezusterlijk voor een banner met ons splinternieuwe logo erop. Ze waren het verbazend eens: NBN’ers zijn ambassadeurs voor Nederland en zouden beter geholpen moeten worden als zij hun band met Nederland willen onderhouden. Natuurlijk gaan we de dames en heren kamerleden aan hun mooie beloftes houden.

De eerste testcase komt eraan. Eergisteren kreeg ik mijn stembiljet voor de verkiezingen voor het Europees Parlement (ja, u in Nederland moet daar nog een week of vier op wachten, dat weet ik). Deze keer gaan de verkiezingen nog vrij moeizaam voor veel NBN’ers: een vrij dikke envelop moet vanuit de buitenste buitenlanden binnen vier weken op tijd in Nederland aankomen. Hebt u ooit vakantiekaartjes uit Italië of Griekenland naar uw vrienden en bekenden in Nederland gestuurd? Dan begrijpt u dat het helemaal niet vanzelfsprekend is, dat de stemmen van Nederlanders in Italië of Griekenland op tijd aan gaan komen.

Maar hopelijk gaat het de laatste keer op die manier. Er is een nieuwe kieswet in aantocht. In het concept van die wet staat, dat wij NBN’ers onze stemmen voortaan naar elk Nederlands consulaat en elke Nederlandse ambassade mogen sturen. Dat is een hele verbetering, want dat betekent dat je stembiljet vaak met binnenlandse post mag en dat gaat sneller dan internationale post. Toch zijn er in dat concept-wetsvoorstel nog heel wat puntjes die op diverse i’s gezet moeten worden. Daar gaan we als SNBN de komende tijd werk van maken. En natuurlijk is te hopen dat de kamerleden die tot nu zo welwillend knikten op onze persconferentie, woord gaan houden en onze verherbeterde voorstellen voor de Kieswet door de politiek heen loodsen.

Nood breekt wet?

Nu de Brexitdatum van 29 maart steeds dichterbij komt en de kansen op een goed geregeld vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU steeds kleiner lijken te worden, krijgen Nederlanders in Groot-Brittannië, maar ook Britten in Nederland, het heet onder de voeten. Tot nu toe gaf het vrij verkeer van personen en goederen in de EU hen vrij veel zekerheid over hun leven aan de andere kant van de Noordzee. Wonen, werken, studeren in een ander EU-land is relatief makkelijk mogelijk. Maar als je land ineens de EU verlaat, zijn ook die zekerheden ineens niet meer zo zeker.

De allermakkelijkste oplossing om die zekerheid alsnog te krijgen is: de nationaliteit van je woonland aannemen. Veel Britten in Nederland en veel Nederlanders in Groot-Brittannië komen daarvoor in aanmerking, maar Nederland verlangt daarbij in veel gevallen, dat ze van hun bestaande nationaliteit afstand doen. Dat is dan weer een heel grote stap, die veel mensen -begrijpelijk- niet of slechts schoorvoetend willen zetten. Immers, de weg terug naar je moederland wordt dan ineens heel lastig. Natuurlijk kun je als Britse toerist prima Nederland bezoeken. Maar als je langer of zelfs definitief terug wilt naar Nederland, ben je als Brit straks een immigrant uit een niet-EU-land en moet je door de complete mallemolen van de Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Je bent immers geen Nederlander meer en dat je ooit Nederlander geweest bent, interesseert de IND bitter weinig. U bent een vreemd’ling zeker, die verdwaald is zeker, ‘k zal eens even vragen naar uw naam, paspoort, kleur ogen en nog véél meer voordat u verder op de Nederlandse deur mag kloppen.

Daarom heeft D66 een voorstel voor een noodwet ingediend, die het bij een Brexit mogelijk maakt om voor de betroffenen een dubbele, Brits-Nederlandse, nationaliteit aan te houden. En nu verwacht u van mij hieronder waarschijnlijk een pleidooi voor die noodwet. Want u kent mij als een fervent voorstander van dubbele nationaliteiten.

Maar nee, ik ben eigenlijk faliekant tegen die noodwet.

Natuurlijk zou het voor de betroffene Britten en Nederlanders mogelijk moeten zijn om een dubbele nationaliteit te hebben. Maar via een noodwet? “Een unieke situatie die om unieke maatregelen vraagt”, beargumenteert D66 de wet. Maar is het dan werkelijk een unieke situatie? Kom nou. Over de hele wereld wonen Nederlanders in landen, waar het politieke klimaat en de relatie met de EU en Nederland telkens weer verandert. Landen die vaak veel moeizamere verhoudingen met Nederland hebben dan een Groot-Brittannië na een Brexit. Dat brengt voor veel van die Nederlanders fundamentele onzekerheden over wonen, werken, studeren. Je verblijfsvergunning in Kakofonistan, Achteraffistan of Afgelegerije moeten verlengen en dan maar weer hopen dat er niet ineens een andere politieke wind waait waardoor je ineens je biezen zou moeten pakken – het liefst leef je zonder een dergelijke onzekerheid. En de makkelijkste oplossing is vaak een kakofonische pas, het achteraffistaanse inburgeringsexamen afleggen of de nationaliteit van Afgelegerije aannemen. Maar ja, die ellendige Rijkswet op het Nederlanderschap vol negentiende-eeuwse zwaargereformeerde spruitjeslucht…

Nee, Brexit is géén unieke situatie. Brexit speelt zich alleen heel dicht bij Nederland af en staat daarom vol in de Nederlandse schijnwerpers. Als de nieuwe dictator van Kakofonistan alle banden met Nederland verbreekt omdat hij toevallig niet van oranje houdt, heeft dat voor de Nederlanders aldaar precies dezelfde gevolgen als Brexit voor de Nederlanders aan de overkant van de Noordzee. Maar een Achteraffexit valt niet zo op dus sluimert de Nederlandse politiek rustig verder.

Nee, er zou dus géén noodwet moeten komen. Brexit zou de ogen van – met name de confessionele en de rechtse – Nederlandse politiek moeten openen. Wat nu voor de Nederlanders in Groot-Brittannië bittere werkelijkheid dreigt te worden, willen veel Nederlanders over de hele planeet graag voorkomen door een dubbele nationaliteit. Er is geen “unieke situatie”. Er moet een algemene wetswijziging komen die de zekerheden van Nederlanders in het buitenland beter regelt door het toestaan van een dubbele nationaliteit.

Sneeuw

De afgelopen dagen kreeg ik van diverse familieleden de vraag, of alles wel goed met ons is en of we geen last van de sneeuw hebben. Het lijkt erop dat de Nederlandse nieuwskanalen verkondigen, dat heel Zwitserland ingesneeuwd is.

Heel Zwitserland? Nee…
Veel meer dan alleen een klein dorpje heeft weinig last van de weersomstandigheden. Daar waar de meeste Zwitsers wonen, in het Mittelland, ligt op dit moment nauwelijks of geen sneeuw. Het is er zogezegd net zulk rotweer als in Nederland.
Sneeuw ligt er wel in de bergen. Rond Kerst en Oud en Nieuw konden we heerlijk skiën op ons vertrouwde vakantieadres in Wallis. Ook daar hadden we dus geen last, maar juist plezier van de sneeuw. Er lag dan ook maar een centimeter of vijftig.

In het oosten van het land en in Oostenrijk en Beieren is de situatie anders. Daar is de afgelopen weken werkelijk heel veel sneeuw gevallen en de gevolgen daarvan heeft u in de nieuwsberichten kunnen zien.

Sinds gisterenavond vallen er overal in de bergen grote hoeveelheden sneeuw en sinds gisterenavond zorgt dat ook voor grotere problemen. Zo meldt de Rhätische Bahn, de spoorwegmaatschappij van het kanton Graubünden, dat het treinverkeer tussen Davos en Filisur, aan de noordkant van de Albulapas, richting Oberalppas, tussen Sagliains en Pontresina en tussen Chur en Arosa onderbroken is vanwege grote hoeveelheden sneeuw en/of lawinegevaar. Het anders zo mondaine St. Moritz is op dit moment vanuit Zwitserland niet per trein te bereiken. Normaalgesproken weet de Rhätische Bahn wel raad met sneeuw, dus er is daar écht wat aan de hand.

Ook op veel andere plekken is het weg- en/of treinverkeer vanwege sneeuw en/of lawinegevaar onderbroken. Ons wintersportvakantiedorpje is op dit moment van de buitenwereld afgesloten.

Overigens is dat nu ook weer niet zo heel ongebruikelijk. In de tien jaar dat we er nu komen ben ik zeker drie keer een paar dagen “ingesneeuwd” geweest. Dat klinkt dramatisch, maar is het niet. De dorpssupermarkt heeft een extra grote voorraadruimte voor dit soort situaties. Het is door de vele sneeuw en door het ontbreken van autoverkeer heel stil in het dorp. En de sneeuw is een prachtig fotomotief. Je mag alleen het dorp niet uit. En ook skiën kun je maar beter even uitstellen. Dat duurt meestal een paar dagen. In die dagen kijken de lawinedeskundigen naar de gevaarlijke punten en laten de sneeuw daar met gecontroleerde explosies naar beneden komen. Daarna gaan wegen en spoorlijnen veelal weer open.

De dorpen zelf zijn safe. Ze zijn vaak al oeroud en gebouwd op de plekken die zelden of nooit door lawines bedreigd worden. En in de moderne tijd zijn er diverse installaties gebouwd die de kans op een lawine in het dorp tot vrijwel nul terugbrengen. Het grootste risico is de elektriciteit. Als die uitvalt – bijvoorbeeld doordat een hoogspanningsmast het loodje legt – wordt het al gauw koud en ongemakkelijk.

Passieve vertalingen

Nederlands en Duits zijn talen die erg op elkaar lijken. Maar schijn bedriegt. Er zijn heel veel kleine verschillen waar zowel mens als machine het niet altijd even makkelijk mee hebben. Mocht u meer willen weten over de valkuilen tussen Duits en Nederlands waar ik als mens ingekukeld ben, dan moet u eens een borrel komen drinken. Vandaag kwam ik een leuke valkuil tegen waar Google met blote voeten was ingetrapt. Ik las een Google-recensie van een instelling die in het Duits was geschreven. De recensent was erg tevreden en meldde “Sehr nette Leute. Man wird freundlich bedient.” Google stond er – zulks aanvankelijk tegen mijn wil – op om dit voor mij te vertalen. Toen was het alsnog leuk dat Google aan het werk ging. Het resultaat van deze arbeid: “Zeer aardige mensen. Je wordt vriendelijk geserveerd.”

Eet u smakelijk.

En toen waren er nog maar twee

Gisteren keurde het parlement in Noorwegen een nieuwe nationaliteitswet goed. De oude wet, uit 1888, was nodig aan vernieuwing toe, aldus Ove Trellevik van de conservatieve partij. Het goede nieuws: in de nieuwe wet zal het de Noren voortaan worden toegestaan om naast de Noorse nationaliteit ook een andere nationaliteit te hebben. Het gaat nog even duren voordat dat alles in de praktijk geregeld is – zo moet Noorwegen een deel van het Verdrag van Straatsburg uit 1963 opzeggen – maar dan kan Noorwegen zich aansluiten bij de rij West-Europese landen die in de laatste jaren de strikte beperkingen aan dubbele nationaliteit hebben opgeheven, zoals Denemarken, Duitsland en België.

En toen waren er dus nog maar twee West-Europese landen die dubbele nationaliteit in principe afwijzen: Nederland en Oostenrijk. Het wordt, na het besluit van het Noorse parlement van gisteren, nog duidelijker dat die twee landen een achterhoedegevecht aan het voeren zijn.

Ook in Nederland denkt de regering aan een aanpassing van het nationaliteitsrecht. De nieuwe wet dreigt echter een moeizaam compromis te worden tussen liberalen (die in hun hart veelal voor het toelaten van dubbele nationaliteiten zijn, maar voorzover ze aan de rechterkant van het politieke spectrum opereren ook bang zijn dat de PVV met hun stemmen aan de haal gaat) en de confessionelen, die onder aanvoering van de heer Buma nog steeds van mening zijn dat een dubbele nationaliteit ook tot een loyaliteitsconflict voert.

Dat laatste is in principe waar. Dat gedachtegoed komt uit de jaren ’50 en ’60, toen de hele wereld elkaar nog wantrouwend aankeek en er koude oorlogen gevoerd werden. Maar de wereld is inmiddels ingrijpend veranderd. Ze is internationaler geworden, en dat maakt dat er steeds meer mensen zijn die belang hebben bij het kunnen hebben van meerdere nationaliteiten. Tegelijkertijd is het inzicht gekomen dat je eventuele loyaliteitsproblemen ook anders kunt oplossen. Terroristen en zware misdadigers met kun je ook al onder de huidige wetgeving de Nederlandse nationaliteit afnemen – aangenomen dat ze dan nog een andere nationaliteit overhouden.

Bloot!

In Amerika zijn ze preuts. Als je daar een klein stukje bloot laat zien is men op zijn minst “disappointed”, als je niet al meteen een proces aan je broek krijgt.

Maar preutsheid in Zwitserland bestaat ook en wel vrijwel direct om de hoek, in het ziekenhuis van Olten. Nu, je zou verwachten dat ze in een ziekenhuis wel wat gewend zijn. Dat zal voor het personeel inderdaad wel zo zijn. Maar blijkbaar niet voor de president van de Raad van Commissarisen van de Solothuner Spitäler. Op last van deze dame moeten diverse kunstwerken van de Oltense kunstenaar Jörg Binz vanwege “bloot” uit het ziekenhuis verwijderd worden.

Binz heeft inmiddels te kennen gegeven dat wat hem betreft al zijn werken nu uit het ziekenhuis verdwijnen.

Blijft de vraag: heeft de president van de Raad van Commissarisen, die een vorstelijk honorarium geniet uit kantonale belastingen en ziekenfondspremies, niets beters te doen dan te bepalen welke kunstwerken wel en niet in het Oltense ziekenhuis mogen worden tentoongesteld?

Hoe open zijn onze politici?

Politici hebben het graag over transparantie en openheid. De burger heeft het recht om dit en dit en dat en dat te weten! Dat is in Zwitserland niet anders dan in Nederland. En zo konden wij de afgelopen maanden in de krant lezen, dat de leden van het parlement van ons kanton oppassende lieden zijn, die elke frank omdraaien en goed in de gaten houden of de burger niet ergens financieel beentje gelicht wordt.

Neem nu het voorbeeld van de CAO voor de leraren. Het afsluiten van die CAO kost geld. Er moet immers veel onderhandeld worden – polderen op hoog niveau, daar zijn ze hier goed in. Die kosten worden deels door de vakbonden gedragen. Ben je geen lid van een vakbond, dan betaal je 5 frank in de maand als bijdrage aan dit proces. Onze dames en heren politici wilden wel eens weten of die 5 frank inderdaad gebruikt werd waarvoor ze bedoeld was. Diverse interpellaties in het kantonale parlement zorgden ervoor dat de onderste steen boven kwam en de burger rustig kon gaan slapen, in het volste vertrouwen dat het kantonsparlement alles in het snotje houdt.

Of kijk eens naar de salarissen van de chef-artsen in de ziekenhuizen. Die zijn hoog. Dat zijn ze overal. Maar hoe hoog? Hoeveel moet de burger betalen (via de belastingen en dan ook nog eens via de ziektekostenverzekering) aan de luxe villa’s van de weliswaar hardwerkende maar toch ook uitermate goed betaalde medici? Ook daar geldt: het kantonsparlement haalde de onderste steen boven.

Het spreekt dan ook vanzelf dat ik met plezier en ijver mijn eigen financiële situatie aan het kanton openleg via de belastingaangifte. Of toch niet?

Nee, toch niet. Want afgelopen week werd de dames en heren politici gevraagd, om inzage te geven in de wijze waarop hun eigen partijen gefinancierd worden. Na de discussie over de “Füüfliber” voor de vakbonden en de lonen van de artsen zou je zeggen: een bagatel. Niets is minder waar. Zes pagina’s lang was het verweer van de politiek tegen het opstellen van een lijst van hun belangrijkste (want het ging alleen om donaties van 10.000 franken per jaar of meer) donateurs. Te veel werk. Zinloos, want er is geen landelijke regeling. Schadelijk, want men was bang, bepaalde sponsoren kwijt te raken als ze met naam en toenaam bekend werden. Een enorme jeremiade dus.

Stelt u zich toch eens voor, dat u uw belastingaangifte oningevuld zou retourneren met als argumenten “te veel werk”, “zinloos, want de belastingen zijn toch van kanton tot kanton verschillend” en “ik ben bang, dat ik minder loon krijg als ik openlijk zeg wie mijn werkgever is”.