Versluier-problemen

Sinds 1 juli ook officieel in een deel van Zwitserland: het burkaverbod. In kanton Ticino mag geen burka of niqab worden gedragen. De boete bedraagt 100 tot zelfs 10.000 franken. Al op de eerste dag werd er eentje uitgeschreven. Mevrouw Illi van de islamitische centrale raad poseerde in niqab voor een Tessiner agent en kreeg wat ze zo graag wilde: een felbegeerde boete.

Bij die ene boete is het gebleven. Het door de Tessiner SVP en haar lokale aftreksel LEGA zo dringend noodzakelijk geachte burkaverbod is een oplossing voor een niet-bestaand probleem. Ook de angst van de Tessiner hoteliers voor minder gasten uit het Midden-Oosten is ongegrond gebleken. Integendeel, er worden 20% meer overnachtingen dan vorig jaar verwacht bij deze doelgroep.

Wat overblijft: een onnodig referendum, een onnodige cursus “hoe te handelen bij burka- en niqabdragers” voor ongeveer honderd politieagenten – er kwam speciaal een deskundige uit Zürich voor naar Ticino – en een stapeltje onnodige folders in Engels en Arabisch om de nieuwste onnodige Tessiner wetten uit te leggen aan de gasten. In alle andere situaties zouden SVP en LEGA al stapels kamervragen hebben gesteld over de verspilling van zo veel belastinggeld.

Niet dat Zwitserland geen versluierproblemen heeft. Integendeel. Mijn ochtendblad meldt een toenemende ergernis bij forensen over medereizigers die hun schoenen uittrekken in de trein. De chef van Pro Bahn (de Zwitserse variant van Rover) stelt, dat vrijwel elke forens het geheim van de Appenzeller kaas kent. Begrip voor blote voeten op de bank is er steeds minder, steeds vaker worden de voeten op Facebook of Instagram voor de rest van de wereld gedocumenteerd. Gelukkig kunnen geuren nog niet via deze kanalen gedeeld worden.

Mag het? Bij de SBB mogen voeten op de bank. Voorwaarden: krant of iets dergelijks eronder en er mag geen hinder voor andere reizigers ontstaan. “Appenzeller kaas” op de Appenzeller Zeitung mag dus alleen als je naast “liefhebbers” zit.

Maar de SVP heeft andere versluieringsproblemen dan burka’s en tenenkaas. Daar is de aloude discussie over de partijfinanciering. Een fatsoenlijke partij legt die open op tafel. Maar omdat bedrijven noch burgers met goed fatsoen willen toegeven dat ze de SVP sponsoren, blijft de SVP tegen een dergelijk versluieringsverbod.

Sterker, SVP-hardlined Glarner is voor méér versluiering. Onlangs werd vastgesteld dat IS-terroristen zich bedienen van “made in Switzerland” wapentuig. Deze schande voor Zwitserland kan volgens Glarner het best voorkomen worden door voortaan wapens zonder fabriekslogo te maken.

Hoog tijd voor een versluier-verbod: het moet politici verboden worden, een bord, een plank of een ander gezichtsbedekkend object voor het hoofd te hebben.

2 reacties

Opgeslagen onder Bureaucratie, De SVP en racisme, Politiek, Typisch Zwitsers, Zwitserse bureaucratie

It’ll all end up in tears, I know it…

Ik heb u eens geschreven over mijn ervaringen op de luchthaven van Chicago, O’Hare. Sindsdien noem ik die plek O’Horror. Met recht, naar nu gebleken is. Want ook het Brexit komt van Chicago O’Hare. David Cameron heeft daar, naar verluidt tijdens het nuttigen van een pizza in afwachting van een vlucht, met twee van zijn partijvrindjes bekonkeld, dat een Brexit-referendum de enige mogelijkheid is om de eenheid in zijn partij te bewaren.

Inmiddels staat David Cameron voor een kast peperduur Wegdewoodservies in scherven. Zowel hijzelf als de leider van de arbeiderspartij leggen hun functie neer. Miljoenen mensen hebben een petitie ondertekend om een tweede referendum te houden. De leiders van de EU geven impliciet te kennen dat de Britten nu werkelijk hun eigen boontjes moeten doppen: ze eisen dat het uittredingsproces zo snel mogelijk op gang komt. Zo diep zat de liefde voor de Britten blijkbaar niet. Schotland, dat tegen uittreden uit de EU stemde, wil een referendum om het Verenigd Koninkrijk voor een Verenigd Europa te verruilen en denkt dat een Brexit met een veto uit Edinburgh voorkomen kan worden. Een Brits pond weegt nog maar 400 gram. De aandelenbeurzen staan op verlies. Ook  uw pensioen is door de Brexit-stem van de Britten in één klap 3% minder waard.

En het treurigst van alles: op straat, in de bus en in de metro worden niet-Britse EU-burgers openlijk aangesproken om hun koffers te pakken en op te rotten: de uitslag van het Brexit-referendum is een schaamlap geworden voor openbaar racisme dat sinds 1945 zijn weerga niet kent.

Cameron heeft geprobeerd zijn eigen vrindenclubje bij elkaar te houden – ten koste van werkelijk alles wat bij elkaar gehouden zou moeten worden.

En terwijl de Britten over elkaar heen vallen met discussies over een nieuw referendum (I’m most dearly sorry, hoe zeer ik ook tegen een Brexit ben, je kunt niet achteraf de spelregels willen veranderen als de uitslag je niet zint), een afsplitsing van Schotland en beschamende uitingen van racisme, is er eigenlijk nog niets aan de hand. Uitgerekend de Britten, die er traditioneel om bekend staan het hoofd koel te houden en eerst een kop thee te drinken, schijnen niet te beseffen dat het Brexit-referendum werkelijk niets anders betekent dan: in een multiple choice oefening, waarbij dik 70% van de kandidaten kwam opdagen, heeft 52% het ene hokje aangekruisd en 48% het andere.

Het referendum is namelijk niet bindend.

De uitslag van het referendum heeft geen enkele juridische status. Geen wet is sindsdien veranderd, geen regel aangepast. In Groot-Brittannië heeft het parlement het voor het zeggen en dat kan de uitslag van het referendum zonder slag of stoot in de prullenbak gooien.

Wat zegt het referendum dan wel?

Allereerst: dat het niet verstandig is om tijdens het eten van een pizza tussen twee vluchten door even de wereldpolitiek en het halve land op stelten te zetten om te zorgen dat de rijen in je eigen partij gesloten blijven, vervolgens hard te roepen dat je minister-president zult blijven ongeacht de uitslag en tenslotte toch aftreedt, je land in een rokende puinhoop achterlatend. So long and thanks for all the fish. Het handelen van de Britse minister-president is, nog afgezien van de feitelijke Brexit-uitslag, beschamend.

Verder: dat je mensen fatsoenlijk dient te informeren over de consequenties van het referendum. Het is schrijnend om op televisie mensen te zien, die verklaren, dat ze “leave” gestemd hebben maar niet wisten, dat dat mogelijk gevolgen zou kunnen hebben. Het referendum als computerspelletje. Net zo schrijnend: de mensen die denken dat Groot-Brittannië sinds het sluiten van de stembureau’s geen lid van de EU meer is, alle EU-burgers illegaal in het land verblijven en ze voor hun vakantie op Ibiza, deze zomer, nog snel een visum moeten aanvragen.

Waarheen leidt de weg van Groot-Brittannië?

Het zou zomaar kunnen dat er onder de streep, na een periode van verwarring, chaos en rumoer, maar weinig verandert. De Britten lijken geen haast te maken met het opzeggen van hun lidmaatschap. En als ze dat gaan doen, moeten ze onderhandelen over de voorwaarden met een uiterst bekwame onderhandelingspartner die bovendien in een heel comfortabele positie verkeert. Het zou me niet verbazen, als de Britten gewoon in de EU blijven, als ze geconfronteerd worden met het prijskaartje dat hangt aan een “leave”.

De enige zekerheid die er is over Brexit: de onzekerheid die is ontstaan, is voor niemand goed. Het pond devalueert, de euro zakt zachtjes mee, de beurzen over de hele wereld staan diep in de rode cijfers. Het eens zo trotse Britse rijk, dat heerste over de zeven wereldzeeën, is terug bij af. Het toont nu zijn andere kant. Een regenachtig, bekrompen, ouderwets eiland waar de tijd niet één uur achter loopt, maar honderd jaar en één uur, dat in de laatste jaren enige vooruitgang kende omdat de loodgieters ook vanaf het continent mochten komen en diengevolge kennis kon maken met de geneugten van een mengkraan, maar waar men nu weer probeert te douchen met twee kranen, een ijskoude en een kokend hete.

3 reacties

Opgeslagen onder De EU, Democratie, Grensperikelen, Politiek

Britain: we apologise for any inconvenience caused 1973-2016

En weg zijn ze, de Britten. Een dezer dagen gaan ze, gewapend met de handtas van wijlen Margareth Thatcher, naar de klantenservice van de EU in Brussel, zetten het ding met een klap op de balie, en roepen stoer “I want my money back”.

Wat gaan ze aantreffen in Brussel? Er is waarschijnlijk geen ander land ter wereld dan Zwitserland dat daar beter over kan meepraten. Ook Zwitserland wil niet bij de EU horen, maar werkt wel uitvoerig samen met de grote Europese buurman. Wel, de Zwitsers kunnen uit ervaring zeggen, dat het slecht kersen eten is in Brussel als je er niet bij wilt horen. En “er niet bij horen” is er niet bij. Je bent erbij, of je wilt of niet. Zwitserland neemt heel veel wetgeving uit Europa over. Soms omdat het handig is, soms omdat het gewoon nauwelijks anders kan. En ook Zwitserland betaalt aan de EU. Het duidelijkste voorbeeld is misschien wel de splinternieuwe, 57 km lange Gotthardbasistunnel. Die is echt niet gebouwd om dat handjevol Ticinesen sneller naar Zürich te laten reizen, of omgekeerd. Het leeuwendeel van het verkeer door de nieuwe tunnel zal goederenverkeer zijn. Van de EU. Naar de EU. Natuurlijk hangt er een prijskaartje aan zo’n ritje door de tunnel. Maar de inkomsten daaruit zijn net genoeg om het lopende onderhoud van de tunnel te kunnen betalen. Voor Groot-Brittannië zal het niet anders zijn, al zit de EU misschien niet te wachten op een tunnel van “the Continent” naar EU-lid Ierland.

Kortom, als de Britten die handtas op de balie van de klantenservice in Brussel zetten, dan moeten ze niet verwachten dat er iets in die handtas gestopt wordt. Waarschijnlijk eerder omgekeerd. De Britten zullen de portemonnaie uit die handtas moeten halen. Jammer dat de ponden die daar in zitten, sinds vanochtend 7% minder waard zijn dan gisteren en zelfs 15% minder waard dan een half jaar geleden. Eigen schuld.

Rationeel is het dan ook niet zo’n verstandig besluit van de Britten. Niet alleen de EU wordt duur. Ook de producten uit de EU. En de olie. Want de dollar is vanochtend ook 10% duurder geworden voor de Britten. Weliswaar hebben de Britten zelf olie – maar die zit voornamelijk in Schotse bodem en het is gezien de uitslag van het referendum in Schotland niet onwaarschijnlijk dat de Schotten nu opnieuw willen praten over het verruilen van het Verenigd Koninkrijk voor het Verenigd Europa.

Waar komt het Brexit dan vandaan? Uit de buik. Het is een puur emotioneel besluit. De Britten willen hun eigen boontjes doppen. Dat daar een prijskaartje aan gaat hangen, is hierboven uitgelegd en kunnen ze anders in Zwitserland komen navragen. Maar goed, onafhankelijkheid mag blijkbaar wat kosten.

Zijn die emoties terecht? Ze zijn misschien wel begrijpelijk. De EU is, puur rationeel, een groot succes. Je hoeft nauwelijks meer een paspoort aan de grens te laten zien, je hoeft niet meer met twintig verschillende valuta op zak op vakantie “naar het continent” te gaan en ook de hoge roamingkosten zijn duidelijk lager geworden en binnenkort zelfs volledig verleden tijd. Even lekker goedkoop boodschappen doen in Duitsland is dankzij de open grenzen vanuit Nederland veel makkelijker dan vanuit Zwitserland. Het belangrijkste succes van de EU, al meer dan 70 jaar vrede in Europa, heb ik dan nog niet vermeld.
Maar tegelijkertijd is de EU ver weg. Het is voor de meeste mensen volkomen onduidelijk wat er in Brussel gebeurt. Het vooroordeel van goedbetaalde Eurocraten die discussiëren over de maximale krommingsgraad van komkommers en dan ook nog een stevig belastingvoordeel opstrijken is gauw gemaakt. De schandalen over de EU-parlementsleden die de presentielijst tekenen, het vergadergeld opstrijken en vervolgens de vergadering verlaten maken het niet beter. En dat is dan ook de grote makke van de EU: het is een ver-van-mijn-bed-show. Veel mensen hebben het gevoel dat ze geen enkele invloed in Europa hebben en dat alleen “de ander” profiteert. De anonimiteit van de EU maakt het extra makkelijk om alle ellende die een mens mogelijkerwijze kan overkomen op de rekening van de EU te zetten. De vluchtelingenproblematiek, slechter wordende gezondheidszorg, de slechte vooruitzichten voor AOW en pensioenfondsen, het is lekker makkelijk om dat allemaal maar de EU te verwijten.

Dat gebeurt overigens niet alleen in Groot-Brittannië. Het Front National in Frankrijk, de PVV in Nederland en de FPÖ in Oostenrijk roepen nu om het hardst, dat zij ook een referendum willen om uit te maken of Frankrijk, Nederland, respectievelijk Oostenrijk de EU moeten verlaten. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Allereerst: de vermeende problemen die de schuld van de EU zouden zijn, worden niet opgelost als je de EU verlaat. En al helemaal niet door degenen die nu zo hard Frexit, Nexit en Öxit roepen. En daarnaast: de wereld draait door. Is sinds de oprichting van de EU verder gedraaid. De verregaande internationalisering is een feit dat je niet meer stopt met prikkeldraad en slagbomen aan grenzen die voor de meesten van ons alleen nog echt aanwezig zijn bij voetbalwedstrijden. Als de EU uit elkaar valt, ontstaan er haast automatisch weer nieuwe samenwerkingsverbanden. Face the facts: we kunnen niet zonder samenwerking met elkaar. En de EU mag weliswaar een nauwelijks op de gewone man georiënteerde bureaucratie zijn (en dat moet dringend veranderen), maar zonder EU zijn we beduidend slechter af. De Britten gooien met het, toegegeven, bijzonder eurocratische, badwater tegelijk ook de baby weg.

5 reacties

Opgeslagen onder Bureaucratie, De EU, Grensperikelen, Politiek, Typisch Zwitsers

Ombudsman: Overheid informeert onvoldoende over verlies Nederlanderschap

Er is deze keer eens goed nieuws over de Nederlandse overheid en dubbele nationaliteiten. Dat komt niet van de overheid zelf, maar van de nationale ombudsman. Die stelt na een uitvoerig onderzoek vast, dat de Nederlandse overheid Nederlanders in het buitenland onvoldoende informeert over het feit dat zij in een aantal gevallen hun Nederlanderschap kunnen kwijtraken als ze een tweede nationaliteit aannemen, of als ze hun paspoort niet minstens elke 10 jaar verlengen.

De wetgeving hierover is vastgelegd in de Rijkswet op het Nederlanderschap. Het gaat te ver om alle details hier te noemen.
Hoofdregel één is: als je als Nederlander een andere nationaliteit aanneemt, verlies je op dat moment (automatisch) je Nederlanderschap. Er zijn uitzonderingen voor mensen die gehuwd zijn met iemand die die nieuwe nationaliteit al heeft en voor kinderen die in het betreffende land geboren zijn of er lang gewoond hebben.
Hoofdregel twee is: als je naast je Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit hebt, en je woont buiten de EU en “de Antillen”, dan verlies je je Nederlanderschap als je niet minstens elke 10 jaar een Bewijs van Nederlanderschap of een Nederlands paspoort aanvraagt.

De ombudsman stelt nu vast, dat de Nederlandse overheid de betroffenen niet of onvoldoende informeert over het feit dat ze hun Nederlanderschap dreigen te verliezen. Omdat het verlies automatisch gaat (je krijgt er zelfs geen bericht over en er is ook geen beroep mogelijk tegen het verlies) komen velen er pas achter als ze hun Nederlandse paspoort willen verlengen of als ze aan de Nederlandse grens staan.

De ombudsman heeft ook adviezen voor de Nederlandse overheid:

  • Informeer de juiste mensen actief en gericht;
  • Tref een spijtoptantenregeling voor mensen die onbewust en ongewild hun Nederlanderschap hebben verloren.

Het goede nieuws is, dat de ombudsman het probleem erkent en vindt dat de overheid er eens wat aan moet gaan doen. Maar de vraag is, of de ombudsman wel de juiste opdrachten heeft gegeven.

Informeer de juiste mensen actief en gericht
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het fundamentele probleem is, dat de Nederlandse overheid geen enkele administratie heeft van Nederlanders in het buitenland. Hoe moet de overheid er dan achter komen, wie de juiste mensen zijn? Tegenwoordig hangen op de Nederlandse ambassades netjes briefjes, dat je je Nederlanderschap kunt verliezen. Als je je paspoort komt verlengen, krijg je zo’n briefje mee. Dat is zonder meer met de beste bedoelingen gemeend, maar het probleem lag toch net bij de mensen die hun paspoort niet binnen tien jaar verlengen? En ook voor het verkrijgen van een nieuwe nationaliteit kom je niet eerst langs bij de ambassade voor een kakelvers Nederlands paspoort.
Het probleem zit dan ook dieper: er is geen administratie. Zelfs de simpelste biljartclub heeft een ledenadministratie, maar de BV Nederland heeft, u leest het goed, geen ledenlijst.

Nee, hij is er echt niet. Binnen Nederland is er de gemeentelijke basisadministratie. Daar staat, voorzover je ten minste in Nederland woont, ook je nationaliteit in vermeld, zodat het van alle inwoners van Nederland duidelijk is, wie er Nederlander is en wie niet. Maar als je niet in Nederland woont, sta je niet in die administratie. En andere administraties zijn er niet. Toen ik, nu bijna zeven jaar geleden, het stadhuis van Nieuwegein bezocht om te melden, dat ik naar Zwitserland wilde emigreren, bleek ik in een administratief gat te vallen. Ik hoefde niet te bewijzen dat ik ging emigreren en evenmin hoefde ik informatie te verstrekken over mijn nieuwe woon- en verblijfplaats. “Nee hoor, u bent nu uitgeschreven en dat is dan dat,” zei de vriendelijke ambtenaar. “Veel geluk in Zwitserland, meneer Laan!” En dat was dan inderdaad dat. Ik heb een vriendelijk verhuisbriefje geschreven aan de Belastingdienst (ik verwachtte nog geld terug te krijgen en dan is het fijn, als ze je kunnen vinden) en de Belastingdienst heeft inderdaad wat leuks met mijn girorekening gedaan en op mijn nieuwe Zwitserse adres nog ooit iets gemompeld over conserverende aanslagen (zonder ze ooit op te leggen), maar – ik val in herhalingen – dat was dat.

Mocht u nog ooit voor de Nederlandse Belastingdienst of andere Nederlandse instanties op de vlucht willen slaan, doet u dan als ik: ga naar het stadhuis en zeg dat u naar het buitenland verhuist. Er kraait gegarandeerd geen Nederlandse haan meer naar u.

Is dat op te lossen? Jawel. Zo kunnen Zwitsers hun land niet verlaten op de manier die ik hierboven beschreef. Men is verplicht zich bij de ambassade van het nieuwe woonland te melden. En zo ontstaat een “ledenlijst”. En informeert de overheid. En stuurt je automatisch de stembescheiden toe bij verkiezingen, referenda en andere Abstimmungen. Als Nederlander moet je je actief registreren, bij elke verkiezing opnieuw. Hoef je als Zwitser niet. Leve de “ledenlijst”. Ook voor Nederland zelf is die lijst handig. Immers, er is weer een mogelijkheid minder om voor de Nederlandse bureaucratie te kunnen vluchten door “spookburger” te worden.

Ook maar een ledenlijst voor Nederlanders in den vreemde? Waarom niet! Het enige probleem is “het begin”. Hoe krijg je alle administratief onvindbare Nederlanders (het zijn er ergens tussen de 700.000 en de 1.200.000 – alleen die bandbreedte geeft al aan dat men werkelijk geen flauw idee heeft over Nederlanders buiten Nederland) op die lijst? Maar goed, alle begin is moeilijk. In elk geval: alle mensen die zich actief melden, komen op de lijst. En alle Nederlanders die Nederland verlaten ook, en iedereen die om wat voor reden dan ook bij de Nederlandse ambassade komt (paspoort aanvragen…) ook.

Er moet een spijtoptantenregeling komen
Ook dat is goed bedoeld, natuurlijk. Maar het is niet meer dan een pleister op de wonde. (Ex-)Nederlanders die een tweede nationaliteit hebben aangenomen en daarom tot hun eigen verbazing  hun Nederlanderschap hebben verloren, hebben voor het verkrijgen van die tweede nationaliteit vaak heel veel moeten investeren. Hier in Zwitserland duurt de procedure minstens een jaar (maar het kunnen er ook makkelijk twee of drie worden) en kunnen de kosten makkelijk duizenden euro’s bedragen. Dat je achteraf je Nederlandse pas terugkrijgt is mooi, maar waarschijnlijk moet je dan ook weer afscheid nemen van je duur bevochten nieuwe pas.

Wat betreft de tien-jaar-regel: het is nogal suf om een regeling op te stellen dat je je Nederlanderschap kwijtraakt als je nog een andere pas hebt en tien jaar geen Nederlandse pas besteld hebt – en vervolgens een spijtoptantenregeling opstelt om die Nederlandse pas weer terug te krijgen. Dan kun je beter die hele tien-jaar-regel schrappen.

Hoe dan wel?
Het antwoord staat eigenlijk hierboven al:

  • Begin met die ledenlijst van de BV Nederland
  • Schaf de tien-jaar-regel af
  • en (dat stond hierboven nog niet) stop met moeilijk doen over dubbele nationaliteiten. Het streven naar louter enkelvoudige nationaliteiten komt uit de 19e eeuw en is inmiddels meer dan achterhaald.

5 reacties

Opgeslagen onder Bureaucratie, of de Strijd om de Paarse Krokodil, Dubbele nationaliteit, Grensperikelen, Inburgering, Mijn emigratie - zomer 2009, Nederlandse bureaucratie, Nederlandse verkiezingen

20 – 68 – 12, en nu?

Zelden is de Nederlandse politiek voorzien van zo’n warrig advies als gisteren. Een raadgevend referendum, maar goede raad is duur. Misschien wel duurder dan 40 miljoen euro, de kosten van het referendum. Waarom is het advies van het volk zo moeilijk? Dat kun je het volk niet kwalijk nemen. Het ligt vooral aan het vehikel raadgevend referendum, waar de politiek zichzelf mee heeft opgezadeld en vervolgens niet naar heeft gehandeld en aan een aantal aspecten van de huidige organisatie en communicatie van de EU.

Een raadgevend referendum bestaat niet.
Het volk heeft gesproken. Of in elk geval ongeveer een derde van de stemgerechtigden, de Nederlanders die niet in Nederland woonden en zich niet registreerden (hoeveel dat er precies zijn weet niemand, maar het zijn er waarschijnlijk 600.000 tot 1.200.000 – als je ze bij de niet-stemmers mee zou kunnen rekenen, is de opkomstdrempel ineens niet meer gehaald!) voor het referendum even niet meegerekend. En of het volk nu raadgevend of bindend spreekt, het volk spreekt. Daar kun je niet omheen, ook al zou je het willen. De eerste reacties uit Den Haag zijn duidelijk. De wet moet van tafel, er moet een nieuwe wet komen aangaande dit verdrag. Of je het nu leuk vindt of niet.

Een opkomstdrempel bestaat niet.
Nog zo’n raar ding. Het doet werkelijk niet ter zake, dat 32% of 28% van de bevolking is gaan stemmen. Je hebt het over 19% of 20% “ja” en over 11% of 12% “nee”. Het feit dat zelfs bij zo’n wereldvreemd referendum nog 32% gaat stemmen, bevestigt de banaliteit van de opkomstdrempel. Als bij dit onderwerp al 32% komt opdagen, dan zal dat bij vrijwel alle toekomstige referenda ook zo zijn. En zoals gezegd, tel je de Nederlanders in het buitenland die zich niet registreerden mee, dan is de opkomstdrempel ineens niet gehaald. De opkomstdrempel, kortom, is complete willekeur.

Thuisblijven of boycotten helpt niet.
Je kunt nu wel zeggen dat je tegen referenda bent, of dat je vindt dat het referendum oneigenlijk tot stand is gekomen, of dat de totstandbrengers geen enkele interesse in het onderwerp Oekraïne hebben, maar dat helpt niet. De rest gaat wel stemmen en door thuis te blijven weet je maar één ding zeker: jouw stem is niet gehoord en je moet dan ook niet zeuren als je het met de uitslag niet eens bent.

De politiek weet nu dat het serieus is.
Als je als politiek een referendum invoert, betekent het, dat het gebruikt gaat worden als je niet vantevoren nadenkt over wat de bevolking van je wetsvoorstellen denkt. Eigenlijk zegt de regering na de uitslag: “we hebben niet goed geluisterd en moeten terug naar de tekentafel”. Een grotere nederlaag voor de representatieve (!) politiek is niet denkbaar. Nota bene in een wedstrijd waar de politiek zelf plaats (associatieverdrag) en wapens (referendum) heeft aangedragen.

Wen er maar aan.
Of je het er nu mee eens bent of niet, zelfs als je principieel tegenstander van referenda bent: reken maar dat dat maffe Burgercomité de smaak te pakken heeft gekregen en elke gelegenheid zal aangrijpen om een referendum te houden als ze daarmee de EU kunnen dwarszitten. De onderwerpen, dat hebben we al gezien, doen niet ter zake.

Er is geen weg terug.
Elke politicus die nu roept dat de refernda gestopt moeten worden, maakt zich belachelijk. Hij is vertegenwoordiger van het volk en wil niet naar het volk hoeven luisteren. Een soort vegetarische slager. Tegen de afschaffing van de referendumwet zal een referendum worden gehouden, wat ik je brom.

De oplossing ligt niet in Den Haag.
De grote drijfveer achter de referenda heeft het in eerste instantie gemunt op de EU. Zij wil de EU in haar huidige vorm dwarsbomen met alle beschikbare middelen en zelfs proberen te bereiken dat Nederland de EU verlaat, weer met guldens gaat betalen, urenlang in de file voor de douane gaat staan voor een weekendje vakantie in de Ardennen en weer invoerrechten gaat betalen nadat er groots en goedkoop over de grens boodschappen zijn gedaan.
Het bezwaar tegen de EU is eigenlijk nauwelijks anders dan de bezwaren die veel Zwitsers tegen de EU hebben: de EU komt over als een grote geldverslindende moloch, die onder de streep mee geld zou kosten dan ze zou opleveren en waar je nauwelijks invloed op uit kunt oefenen of grip op kunt krijgen. Of dat allemaal werkelijk zo is (ik geloof er weinig van), en of de voordelen van de EU niet veel groter zijn dan de nadelen (70 jaar vrede, geen file voor Hazeldonk als je naar de zoo in Antwerpen wilt, werkgelegenheid voor de Rotterdamse haven en alle andere Nederlandse bedrijven die van vrije handel profiteren, …) doet daar niet aan af. Bij een referendum gaat het er niet om, wie gelijk heeft, maar wie gelijk krijgt.
Om dat probleem uit de weg te ruimen, is er maar één oplossing: de EU moet haar inwoners het gevoel geven, dat ze gehoord worden, dat ze mee kunnen en mogen denken, dat er naar hen geluisterd wordt en dat de EU dingen doet waar de burger wat aan heeft. Ook hier: het gaat er niet om dat de EU nutteloos is en niet zou luisteren, het gaat erom, wat de burger denkt dat de EU doet. Zoals al gezegd: bij referenda gaat het er niet om, gelijk te hebben, maar gelijk te krijgen.

6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De directe democratie in de kinderschoenen

Nu de datum van het “Oekraïne-referendum” met rasse schreden dichterbij komt, wordt het steeds duidelijker, dat het hier om een bizar referendum gaat. De indienders van het referendum zijn niet de eigenlijke initiatiefnemers en de initiatiefnemers hebben geen enkele interesse voor het onderwerp van het referendum. Sommige mensen, zoals Paul Steenhuis vandaag in nrc.next, roepen zelfs op om dit en alle toekomstige referenda te boycotten. Dat laatste gaat wel erg ver, maar niettemin ontstaat de indruk dat Nederland nog wel erg wankel op de benen staat bij de eerste stapjes op de weg van de directe democratie. Zo ongeveer als de junta-regeringen in Afrika en Zuid-Amerika de eerste wankele stapjes van de voormalige koloniën waren op weg van slavernij naar vrijheid en democratie.

Het is op zijn zachtst gezegd merkwaardig, dat een groep mensen een referendum totstandbrengt over een onderwerp dat ze niet in het minst interesseert. Arjan van Dixhoorn, Beate Supheert en Pepijn van Houwelingen verklaren doodleuk: “Oekraïne kan ons natuurlijk niets schelen, dat moet u begrijpen”. Doel van het lugubere trio is een Nexit, een vertrek van Nederland uit de EU dus, of nog liever: het kapotmaken van de EU. En daarbij zijn alle methoden geoorloofd, die de relatie tussen de EU en Nederland onder druk zetten. Het trio heeft er zelfs voor gezorgd dat de behandeling van de wet over het verdrag een week verschoven wordt, zodat het parlementsbesluit onder de referendumwet valt die sinds 1 juli 2015 van kracht is. In de gewone apolitieke wereld noemen we dit soort dingen “sabotage”. Van de drie saboteurs geeft er maar één toestemming om herkenbaar op de foto in de krant te komen.Sabotage gebeurt in stilte, achter de schermen, achterbaks.

Ook de indieners van het referendum, GeenStijl, interesseert de Oekraïne niet het minst. “Een leuk zomerdingetje” noemde redacteur Bart Nijman het. Hij is alleen geïnteresseerd in publiciteit voor zijn medium.

En doordat een aantal wizzkids voor elkaar kreeg dat handtekeningen voor een referendum ook digitaal kunnen en mogen worden verzameld, zitten we nu opgezadeld met een volksraadpleging waar het volk helemaal niet over geraadpleegd lijkt te willen worden.

Nee, ook hier in Zwitserland kun je niet zomaar over alles een referendum organiseren. Om te beginnen kun je niet over alle wetsbesluiten een referendum organiseren en bovendien ligt de handtekeningendrempel hoger dan in Nederland. Dat heeft niet zozeer te maken met het aantal handtekeningen (voor een facultatief referendum ligt dat hier op 50.000; gecorrigeerd voor inwoneraantal zou het voor Nederland ongeveer 100.000 zijn) maar vooral met het feit dat die handtekeningen op papier verzameld moeten worden. Dat is een behoorlijke drempel: je moet eerst een heel stelletje vrijwilligers op de been helpen die bereid zijn die handtekeningen voor je te gaan verzamelen.

Paul Steenhuis roept vandaag in nrc.next zelfs op om het sabotagereferendum te saboteren door niet te gaan stemmen en zo te zorgen dat de drempel van 30% niet wordt gehaald. Dat gaat mij te ver.

Om te beginnen is het referendum raadgevend. Of nu 29% of 31% van de kiezers naar de stembus gaat, doet onder de streep niet ter zake. De regering kan de uitslag naast zich neerleggen, ongeacht de uitslag en de opkomst. De beste sabotage van het sabotagereferendum is dus een “ja” en niet een “wegblijven”. Een 30%-drempel bij een referendum dat toch alleen maar raadgevend is, is hooguit een merkwaardig construct in de wet.

Bovendien: het sabotagereferendum is er nu eenmaal. Ook al interesseert het onderwerp de indieners niet in het minst – nu je mening gevraagd wordt, kun je die ook maar het beste geven.

Maar er is nog wat belangrijkers. Steenhuis negeert met zijn boycot de ongrijpbare, maar duidelijk voelbare, onvrede van veel Nederlanders met de politiek. De opkomst van steeds extreme partijen, vooral rechts maar ook wel links van het politieke midden, de ronduit onbeschofte taal die sommige landgenoten in danwel buiten het parlement menen te moeten bezigen, het zijn allemaal tekenen dat men “ontevreden” is, ook als dat gevoel van ontevredenheid nogal eens onvoldoende concreet gemaakt kan worden en daarom vaak ontaardt in het zoeken van zondebokken. Het “minder, minder” van Geert Wilders spreekt boekdelen.

Directe democratie is wel degelijk ergens goed voor. Allereerst is het niet ondenkbaar dat er ook in Nederland onderwerpen op de politieke agenda komen te staan die wel de daadwerkelijke interesse van een referendumcomité wekken kunnen. Er is niets mis mee om de kiezer over een “noodrem” te laten beschikken voor die situaties waarin de door hem gekozen regering naar zijn mening te ver gaat. Zwitserland heeft een dergelijke noodrem en die functioneert – al gaat het misschien wat anders dan u denkt. En ook in de trein is een noodrem – al hebt u hem waarschijnlijk nog nooit nodig gehad – een geruststellend idee. Laat ik dat illustreren met een voorbeeldje uit mijn eigen werk bij de Zwitserse spoorwegen.

Op een van hun eerste werkdagen bij de SBB (zeg maar, de Zwitserse NS en ProRail samen) krijgen nieuwe medewerkers één ding onmiskenbaar ingepeperd: de SBB bestaat bij de gratie van de bereidheid van de staat, te investeren in de infrastructuur. Die investeringen zijn veelal zo groot, dat ze alleen doorgang kunnen vinden als ze in een referendum door het volk worden goedgekeurd. En het volk keurt dergelijke investeringen alleen goed, als het de zin ervan inziet. Het gaat wat ver om meteen een causaal verband te trekken tussen het voortreffelijke Zwitserse openbaar vervoer en de directe democratie, maar het is een feit dat het een invloed op het andere heeft. De Zwitserse staat en de SBB zouden het bijvoorbeeld niet in haar hoofd halen om op kosten van de belastingbetaler een Hanzelijn aan te leggen die over het modernste beveiligingssysteem beschikt en waar 200 km/u op gereden kan worden, en er dan doodleuk overheen te rijden met treinen die met het beveiligingssysteem uit de jaren ’50 functioneren en daarmee niet sneller dan 140 km/u kunnen. Waarom niet? Wel, als je zo’n kunstje één keer flikt, krijg je de volgende keer geen “ja” meer voor je infrastructuurprojecten. In Nederland flikten de overheid, NS en ProRail dit kunstje een paar jaar geleden.

De “noodrem” van de Zwitserse referendumwetgeving is er dan ook net zo eentje als in de trein: hij werkt preventief en er wordt in de praktijk niet zo heel vaak gebruik van gemaakt. Haar werking ervaar je niet zozeer in het stemhokje, maar vooral in alle gevallen waarin de politiek vóórdat een besluit wordt genomen al nadenkt over wat de bevolking er van zal vinden. En uiteindelijk is dat het doel van de representatieve politiek: verstandige besluiten nemen. Als de politici dat niet vanuit zichzelf doen, is een referendum een stok achter de deur. Die stok geeft de burger een zeker gevoel van vertrouwen, zoals de noodrem dat in de trein ook doet. Maar het is geen stuk speelgoed om eens referendumpje mee te gaan spelen. Dat is, inderdaad, GeenStijl.

 

2 reacties

Opgeslagen onder Democratie, Grensperikelen, Nederlandse verkiezingen, Politiek, Typisch Zwitsers

De SVP krijgt zijn vet

Grote opluchting. Gisteren stemde een duidelijke meerderheid van de kiezers tegen het SVP-voorstel Durchsetzungsinitiative. Zwitserland blijft een beschaafd land waarbij alleen de rechter beslist over de op te leggen straffen en niet de hard core rechtse rakkers van de SVP. De SVP likt zijn wonden en de rest wrijft daar nog wat zout in met persiflages op de gehate SVP-affiches die de afgelopen maanden de openbare ruimte ontsierden.

12805694_10208838945269283_444970774232018039_n
De SVP jammert wat over “iedereen was tegen ons” en “er is bewust actie tegen ons gevoerd”. Klopt. Is daar wat mis mee dan? Overigens: de SVP had voor de campagne de beschikking over een beduidend groter budget dan de tegenstanders. De tegenstanders van de SVP hebben, in tegenstelling tot de gang van zaken bij het Ausschaffungsinitiative, eindelijk dat gedaan wat ook de SVP zo succesvol doet: campagne voeren.
De strijd is nog niet voorbij. Over drie maanden staat het volgende SVP-voorstel op de lat om de rechtsstaat om zeep te helpen. Laten we hopen, dat het nee-comité de smaak van het campagnevoeren te pakken heeft gekregen.
Minder goed liep het met het referendum tegen de zoveelste Gotthardtunnel. Zelfs kanton Uri, dat vooral de uitlaatgassen van een nieuwe autotunnel krijgt en er dus helemaal niks mee wint, stemde voor. We gaan de komende vijftien jaar dus drie miljard frank in een gat in de berg stoppen. Tja, geld, daar praat je niet over, dat heb je gewoon. Minister Leuthard van verkeer beloofde gisteren nogmaals, op haar christendemocratische eerstecommuniezieltje en met haar grootst mogelijke glimlach (en die glimlach moet destijds de reden zijn geweest om de Tagesschau in breedbeeld uit te gaan zenden) dat de tunnel nooit en te nimmer vierbaans gebruikt zal worden. Over vijftien jaar moeten we zien wat die belofte waard is.
Razendspannend tot haast het laatste stembiljet was het bij het voorstel om een belastingswijziging voor gehuwden door te voeren. Indieners van het voorstel hadden een groep gehuwden gevonden die meer belasting betaalden vanwege het simpele feit dat ze getrouwd waren en wilden daar wat aan doen. Helaas wilden ze daarbij in de grondwet vast laten leggen dat een huwelijk voorbehouden is aan een samenleven tussen een man en een vrouw. Dat heeft ze waarschijnlijk de kop gekost want het initiatief werd met een piepkleine meerderheid van de stemmen afgewezen, ondanks het feit dat een meerderheid van de kantons voor was. Het was een typische stad-platteland-uitslag. De kantons Zürich, Basel en Genève wezen het voorstel met een grote meerderheid af, de kleine Ja-meerderheden op het platteland konden daar niets meer tegen inbrengen. Vooral voor homosexuelen was het een overwinning.
Het laatste initiatief, een verbod op speculatie met levensmiddelen, werd al bij voorbaat kansloos geacht. Daarvoor was het te idealistisch en was een Nee-lobby te eenvoudig op te zetten. Dsondanks kreeg het meer dan 40% ja-stemmen, wat veel is voor dergelijke voorstellen.
Ook fijn: een relatief hoge opkomst. Dik 60% van de stemgerechtigden bracht zijn stem uit.

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized