Categorie archief: Mijn emigratie – zomer 2009

Ombudsman: Overheid informeert onvoldoende over verlies Nederlanderschap

Er is deze keer eens goed nieuws over de Nederlandse overheid en dubbele nationaliteiten. Dat komt niet van de overheid zelf, maar van de nationale ombudsman. Die stelt na een uitvoerig onderzoek vast, dat de Nederlandse overheid Nederlanders in het buitenland onvoldoende informeert over het feit dat zij in een aantal gevallen hun Nederlanderschap kunnen kwijtraken als ze een tweede nationaliteit aannemen, of als ze hun paspoort niet minstens elke 10 jaar verlengen.

De wetgeving hierover is vastgelegd in de Rijkswet op het Nederlanderschap. Het gaat te ver om alle details hier te noemen.
Hoofdregel één is: als je als Nederlander een andere nationaliteit aanneemt, verlies je op dat moment (automatisch) je Nederlanderschap. Er zijn uitzonderingen voor mensen die gehuwd zijn met iemand die die nieuwe nationaliteit al heeft en voor kinderen die in het betreffende land geboren zijn of er lang gewoond hebben.
Hoofdregel twee is: als je naast je Nederlandse nationaliteit nog een andere nationaliteit hebt, en je woont buiten de EU en “de Antillen”, dan verlies je je Nederlanderschap als je niet minstens elke 10 jaar een Bewijs van Nederlanderschap of een Nederlands paspoort aanvraagt.

De ombudsman stelt nu vast, dat de Nederlandse overheid de betroffenen niet of onvoldoende informeert over het feit dat ze hun Nederlanderschap dreigen te verliezen. Omdat het verlies automatisch gaat (je krijgt er zelfs geen bericht over en er is ook geen beroep mogelijk tegen het verlies) komen velen er pas achter als ze hun Nederlandse paspoort willen verlengen of als ze aan de Nederlandse grens staan.

De ombudsman heeft ook adviezen voor de Nederlandse overheid:

  • Informeer de juiste mensen actief en gericht;
  • Tref een spijtoptantenregeling voor mensen die onbewust en ongewild hun Nederlanderschap hebben verloren.

Het goede nieuws is, dat de ombudsman het probleem erkent en vindt dat de overheid er eens wat aan moet gaan doen. Maar de vraag is, of de ombudsman wel de juiste opdrachten heeft gegeven.

Informeer de juiste mensen actief en gericht
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het fundamentele probleem is, dat de Nederlandse overheid geen enkele administratie heeft van Nederlanders in het buitenland. Hoe moet de overheid er dan achter komen, wie de juiste mensen zijn? Tegenwoordig hangen op de Nederlandse ambassades netjes briefjes, dat je je Nederlanderschap kunt verliezen. Als je je paspoort komt verlengen, krijg je zo’n briefje mee. Dat is zonder meer met de beste bedoelingen gemeend, maar het probleem lag toch net bij de mensen die hun paspoort niet binnen tien jaar verlengen? En ook voor het verkrijgen van een nieuwe nationaliteit kom je niet eerst langs bij de ambassade voor een kakelvers Nederlands paspoort.
Het probleem zit dan ook dieper: er is geen administratie. Zelfs de simpelste biljartclub heeft een ledenadministratie, maar de BV Nederland heeft, u leest het goed, geen ledenlijst.

Nee, hij is er echt niet. Binnen Nederland is er de gemeentelijke basisadministratie. Daar staat, voorzover je ten minste in Nederland woont, ook je nationaliteit in vermeld, zodat het van alle inwoners van Nederland duidelijk is, wie er Nederlander is en wie niet. Maar als je niet in Nederland woont, sta je niet in die administratie. En andere administraties zijn er niet. Toen ik, nu bijna zeven jaar geleden, het stadhuis van Nieuwegein bezocht om te melden, dat ik naar Zwitserland wilde emigreren, bleek ik in een administratief gat te vallen. Ik hoefde niet te bewijzen dat ik ging emigreren en evenmin hoefde ik informatie te verstrekken over mijn nieuwe woon- en verblijfplaats. “Nee hoor, u bent nu uitgeschreven en dat is dan dat,” zei de vriendelijke ambtenaar. “Veel geluk in Zwitserland, meneer Laan!” En dat was dan inderdaad dat. Ik heb een vriendelijk verhuisbriefje geschreven aan de Belastingdienst (ik verwachtte nog geld terug te krijgen en dan is het fijn, als ze je kunnen vinden) en de Belastingdienst heeft inderdaad wat leuks met mijn girorekening gedaan en op mijn nieuwe Zwitserse adres nog ooit iets gemompeld over conserverende aanslagen (zonder ze ooit op te leggen), maar – ik val in herhalingen – dat was dat.

Mocht u nog ooit voor de Nederlandse Belastingdienst of andere Nederlandse instanties op de vlucht willen slaan, doet u dan als ik: ga naar het stadhuis en zeg dat u naar het buitenland verhuist. Er kraait gegarandeerd geen Nederlandse haan meer naar u.

Is dat op te lossen? Jawel. Zo kunnen Zwitsers hun land niet verlaten op de manier die ik hierboven beschreef. Men is verplicht zich bij de ambassade van het nieuwe woonland te melden. En zo ontstaat een “ledenlijst”. En informeert de overheid. En stuurt je automatisch de stembescheiden toe bij verkiezingen, referenda en andere Abstimmungen. Als Nederlander moet je je actief registreren, bij elke verkiezing opnieuw. Hoef je als Zwitser niet. Leve de “ledenlijst”. Ook voor Nederland zelf is die lijst handig. Immers, er is weer een mogelijkheid minder om voor de Nederlandse bureaucratie te kunnen vluchten door “spookburger” te worden.

Ook maar een ledenlijst voor Nederlanders in den vreemde? Waarom niet! Het enige probleem is “het begin”. Hoe krijg je alle administratief onvindbare Nederlanders (het zijn er ergens tussen de 700.000 en de 1.200.000 – alleen die bandbreedte geeft al aan dat men werkelijk geen flauw idee heeft over Nederlanders buiten Nederland) op die lijst? Maar goed, alle begin is moeilijk. In elk geval: alle mensen die zich actief melden, komen op de lijst. En alle Nederlanders die Nederland verlaten ook, en iedereen die om wat voor reden dan ook bij de Nederlandse ambassade komt (paspoort aanvragen…) ook.

Er moet een spijtoptantenregeling komen
Ook dat is goed bedoeld, natuurlijk. Maar het is niet meer dan een pleister op de wonde. (Ex-)Nederlanders die een tweede nationaliteit hebben aangenomen en daarom tot hun eigen verbazing  hun Nederlanderschap hebben verloren, hebben voor het verkrijgen van die tweede nationaliteit vaak heel veel moeten investeren. Hier in Zwitserland duurt de procedure minstens een jaar (maar het kunnen er ook makkelijk twee of drie worden) en kunnen de kosten makkelijk duizenden euro’s bedragen. Dat je achteraf je Nederlandse pas terugkrijgt is mooi, maar waarschijnlijk moet je dan ook weer afscheid nemen van je duur bevochten nieuwe pas.

Wat betreft de tien-jaar-regel: het is nogal suf om een regeling op te stellen dat je je Nederlanderschap kwijtraakt als je nog een andere pas hebt en tien jaar geen Nederlandse pas besteld hebt – en vervolgens een spijtoptantenregeling opstelt om die Nederlandse pas weer terug te krijgen. Dan kun je beter die hele tien-jaar-regel schrappen.

Hoe dan wel?
Het antwoord staat eigenlijk hierboven al:

  • Begin met die ledenlijst van de BV Nederland
  • Schaf de tien-jaar-regel af
  • en (dat stond hierboven nog niet) stop met moeilijk doen over dubbele nationaliteiten. Het streven naar louter enkelvoudige nationaliteiten komt uit de 19e eeuw en is inmiddels meer dan achterhaald.
Advertenties

5 reacties

Opgeslagen onder Bureaucratie, of de Strijd om de Paarse Krokodil, Dubbele nationaliteit, Grensperikelen, Inburgering, Mijn emigratie - zomer 2009, Nederlandse bureaucratie, Nederlandse verkiezingen

Zwitserlaan wordt Zwitser (stap 1)

Nu ik vijf jaar hier woon, wordt het de hoogste tijd om de bureaucratische molens weer eens stevig te laten malen. Omdat ik met Annina getrouwd ben, mag ik al na vijf jaar verblijf in Zwitserland de Zwitserse nationaliteit aanvragen.

Zou ik niet met een Zwitserse getrouwd zijn, dan zou dat pas na 12 jaar mogen en bovendien veel ingewikkelder zijn. Eigenlijk is dat heel merkwaardig. Ik mag sneller en makkelijker Zwitser worden omdat mijn vrouw toevallig Zwitserse is, niet omdat ik zelf bepaalde kwaliteiten of eigenschappen bezit. Hier geldt: vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan!

Eigenlijk had ik voor de Einbürgerung op een enorme bureaucratische molen gerekend. Immers, zelfs zoiets onschuldigs als een immigratie zat vol met spannende loops en vicieuze cirkels. Maar tot nu toe valt het eigenlijk enorm mee. Het Bundesamt für Migration stuurt op verzoek per kerende post een vrij simpel aanvraagformulier. Ook op dat aanvraagformulier wordt duidelijk, dat het bij mijn naturalisatie in de eerste plaats om Annina gaat. De eerste vraag op het formulier gaat namelijk niet over mij, maar over haar: Heimatort en Heimatkanton. Wel, dat is een makkelijke vraag want het antwoord staat duidelijk in haar paspoort. Pas daarna komen de voor de hand liggende vragen over mij: naam, voornamen, nationaliteit, adres, het bekende werk. Kopietje van mijn verblijfsvergunning erbij om te laten zien dat ik foutloos kan overschrijven. Dat is immers niet vanzelfsprekend hier. Verder geen enorm gelazer. Men vraagt twee sets documenten, het is heel redelijk dat ze die vragen en je kunt ze ook simpel verkrijgen:

  1. Een Familienausweis. Zo kunnen ze nagaan dat ik al minstens drie jaar met Annina getrouwd ben. Een kwestie van een bezoekje aan de website van voornoemd Heimatort en een bestellinkje-over-Internet. Komt per kerende post, inclusief rekening.
  2. Wohnsitzbescheinigungen van de gemeentes waar ik heb gewoond. Zo kunnen ze nagaan dat ik al minstens vijf jaar in Zwitserland woon. Ook die bestel je vandaag de dag vanuit je luie stoel, met de laptop op schoot.

Kortom, Zwitserland zoals je het verwacht: efficiënt, comfortabel, gemakkelijk, de rekening volgt. Ze willen nog weten hoe het dan zo komt, dat Annina Zwitserse is, en hoe het precies met de kinderen zit. Maar omdat Annina Zwitserse door geboorte is, en Janneke mijn enige kind, Zwitserse, en uit het huwelijk met Annina is, schiet het invullen van het formulier goed op. Vragen over vorige huwelijken, echtscheidingen, kinderen die de Zwitserse nationaliteit niet bezitten en in mijn verzoek betrokken moeten worden, ik kan ze allemaal overslaan. En daarmee ben ik al aan het einde van pagina 3 van het vier pagina’s tellende formulier. Dan komt weer iets typisch Zwitsers. Referenties. Ik moet naam en adres van drie Zwitsers opgeven, die eventueel aanvullende informatie over mij zouden kunnen verstrekken. Gelukkig is dat ook heel makkelijk. Voor een geslaagde inburgering zijn namelijk drie dingen erg belangrijk:

  • Je moet goed geïntegreerd zijn. Het toppunt van integratie is hier, dat je lid bent van een vereniging. Dus wordt mijn eerste referentie: de dirigente van ons kerkkoor.
  • Men wordt nerveus als je alleen in Zwitserland bent gekomen om uitkeringen te ontvangen. Omgekeerd is het prachtig als je kunt laten zien dat je al sinds je immigratie onafgebroken (nou ja, ik mag ’s avonds en in de weekends meestal wel naar huis) bij een oerzwitsers bedrijf werkt. Dus wordt mijn tweede referentie: mijn cheffin bij de SBB.
  • Het Handbuch Bürgerrecht besteedt erg veel aandacht aan het onderzoeken van mogelijke schijnhuwelijken. En wie kan er nu beter vaststellen dat wij géén schijnhuwelijk hebben dan de overbuurman? Voilà, mijn derde referentie.

Bladzijde vier van het formulier blijkt dan nog gewijd te zijn aan alle mogelijke bijlagen die ik mogelijkerwijze moet meesturen. Omdat die in het formulier zelf ook al genoemd zijn, en ik ze vanuit mijn luie stoel heb kunnen bestellen, is ook dat snel erledigt. Wat rest nog?

  • Een handtekening van mij
  • Een handtekening van Annina
  • Twee verklaringen: dat Annina en ik geen schijnhuwelijk hebben (handtekeningen van Annina en mij, alweer) en dat ik geen strafblad heb of verwacht een strafblad te krijgen (alweer een handtekening, nu van mij alleen)
  • Een volmacht: het Bundesamt für Migration wil zonder veel gezeur mijn doopceel kunnen lichten. Of ik mijn belastingen netjes betaald heb, of ik mijn vuilnis niet te vroeg aan de straat zet, of ik op zondag mijn gras maai (streng verboden!), dat soort dingen willen ze allemaal mogen uitzoeken (en laten uitzoeken: in de praktijk wordt woonkanton Solothurn met deze klusjes opgescheept) zonder elke keer gelazer met de privacywetgeving te kunnen krijgen. De laatste handtekening.
  • Een envelop
  • Een postzegel
  • Een wandeling naar de brievenbus. Ongeveer het enige dat niet lukt zonder uit je luie stoel op te staan.

Al per kerende post kwam de bevestigingsbrief van het Bundesamt für Migration. Ze verheugden zich over mijn aanvraag, maar ze hebben het wel erg druk. Het gaat dus nog wel effe duren voordat ze een besluit nemen over dat toch zo eenvoudige formuliertje. Anderhalf jaar ofzo. En tussentijds niet bellen alsjeblieft. Schrijven alleen als het heel dringend is. Drukdrukdrukdrukdruk! (wordt vervolgd…)

2 reacties

Opgeslagen onder Bureaucratie, Dubbele nationaliteit, Grensperikelen, Inburgering, Janneke, Mijn emigratie - zomer 2009, of de Strijd om de Paarse Krokodil, Typisch Zwitsers, Zwitserse bureaucratie

Het Eetgenootschap doet de deur dicht

Zwitserland is natuurlijk een eedgenootschap. Maar soms ook een eetgenootschap. Dat bleek gisteren wel weer. De 20 Minuten (een gratis krantje voor forensen) meldde op haar website, dat pizza uit Duitsland voortaan moet worden aangegeven bij het passeren van de grens met Zwitserland.

Zo op het eerste gezicht logisch. Pizza uit Duitsland? Pizza komt toch uit Italië? Aan Duitse pizza moet wel een luchtje zitten.

Alle gekheid op een stokje: dat was natuurlijk niet de reden. Het gaat om de concurrentie tussen pizzabakkers in Duitsland en Zwitserland. Steeds meer Zwitsers die vlak bij de grens wonen, bestellen hun pizza niet meer bij een Zwitserse maar bij een Duitse pizzakoerier. Aanvankelijk kneep de douane een oogje dicht (ik neem aan dat de douaniers zelf ook wel een pizzaatje lusten en zo af en toe BTW-vrij bij de grote noorderbuur bestellen), maar langzaamaan neemt het internationale pizzatransport zo grote vormen aan dat het een bedreiging voor de Zwitserse pizzeria’s in de buurt van de Duitse grens zou gaan vormen. En aangezien de in- en export van etenswaren aan grenzen gebonden is, wil de Zoll die grenzen nu ook gaan handhaven.

Het grootste probleem: pizza wordt meestal niet tijdens kantoortijden besteld. En de douaneposten langs de grens zijn alleen tijdens kantoortijden open. U herinnert u vast wel de immigratieproblemen van mijn poezen Tijger en Sprinter. Eventjes een pizzaatje verzollen is dus minder makkelijk dan het lijkt.

De gevolgen van deze eetgenootschappelijke bureaucratie zijn niet te overzien. Gaan alle Duitse pizzeria’s im Zollgrenzbezirk nu failliet? Verhongeren de Zwitsers nu er geen goedkope pizza meer besteld kan worden? Wat gebeurt er met de pizzakoeriers die vanuit het Italiaanse grensgebied pizza’s in Zwitserland bezorgen (volgens de “eetgenootschappelijke” douane gelden de regels niet alleen in het grensverkeer met Duitsland)? En: wat eet de Douane eigenlijk? Springen die gewoon even naar de overkant voor hun pizzaatje?

2 reacties

Opgeslagen onder Bureaucratie, of de Strijd om de Paarse Krokodil, Eten en drinken, Grensperikelen, Huisdieren, Mijn emigratie - zomer 2009, Reizen, Reizen van en naar Zwitserland, Typisch Zwitsers, Zwitserse bureaucratie

Hoezo ventielen?

Afgelopen woensdag heeft de Zwitserse regering aangekondigd, dat ze gebruik wil maken van de “ventielclausule” in het Personenfreizügigkeitsabkommen dat Zwitserland in 2007 met de EU heeft afgesloten. Het nieuws haalde alle internationale kranten en inmiddels zijn de EU en de Zwitsers met elkaar aan het steggelen of Zwitserland de clausule wel mag gebruiken. Hoewel ook die discussie waarschijnlijk gaat overheersen in de kranten, is het veel interessanter om eens te kijken wat de clausule precies inhoudt, wat de gevolgen kunnen zijn (of niet) en waarom de regering de clausule eigenlijk wil gebruiken.

Wat houdt de “ventielclausule” in?
Zwitserland is voor personenverkeer sinds 1 juli 2007 gelijkgesteld met een Schengen-land. Dat betekent in het bijzonder dat EU-burgers in Zwitserland mogen solliciteren, werken en wonen – dat laatste onder de voorwaarde dat ze voldoende middelen hebben om in hun onderhoud te kunnen voorzien. Dankzij deze regeling kon ik hier in 2009 relatief eenvoudig werk zoeken en vinden: ik heb geen werkvergunning meer nodig en een werkgever moet sollicitanten uit de EU gelijk behandelen als Zwitserse sollicitanten. De regeling geldt voor de 25 “oude” EU-landen, niet voor Bulgarije en Roemenië.

De regeling is destijds niet zonder slag of stoot ingevoerd. Er was verzet vanuit de rechts-conservatieve hoek (de bekende angst voor buitenlanders, zoals die in Nederland ook bij de PVV heerst) maar ook “links” had zo zijn voorbehoud. Zo waren vakbonden bang voor loondumping. Immers, niet alleen de kosten van levensonderhoud zijn hoog in Zwitserland, ook de lonen. En aangezien er geen wettelijk minimumloon bestaat in Zwitserland, kan het voor werkgevers aantrekkelijk zijn om arbeidskrachten te werven in de EU-landen, die immers voor Zwitserse begrippen “lagelonenlanden” zijn. Vandaar dat Zwitserland bij de EU een ontsnappingsclausule heeft bedongen. Als de immigratie erg hard toeneemt, kan Zwitserland het aantal immigranten tot 2014 contigenteren – zoals voor 2007 ook het geval was. Om precies te zijn: als er in een jaar 10% meer immigranten zijn dan gemiddeld in de drie voorafgaande jaren, mag Zwitserland alsnog een quotum invoeren dat gelijk staat aan dat gemiddelde plus 5%. De clausule heet “ventielclausule” en is bedoeld om Zwitserland wat “lucht” te geven als het verzet tegen de immigratie vanuit rechtse kringen en vakbonden te groot wordt.

Mag Zwitserland nu een beroep op de clausule doen?
Daarover steggelen EU en Zwitserland. Zwitserland heeft vorig jaar al een beroep op de clausule gedaan voor de 8 oosteuropese landen. Daar geldt nu een quotum voor. Nu wil Zwitserland ook voor de 17 westeuropese landen zo’n quotum. Zwitserland zegt dat dat mag, omdat de immigratie uit die 17 landen het afgelopen jaar meer dan 10% hoger was dan gemiddeld in de drie jaren daarvoor. De EU zegt dat Zwitserland niet voor de 17 landen apart mag rekenen, rekent met de 25 landen samen, en zegt dat het daarom niet mag. Wie er gelijk heeft? Dat hangt waarschijnlijk van het kleingedrukte in het verdrag af.

Heeft het wel zin?
Natuurlijk schreeuwt de EU moord en brand. Immers, Zwitserland deed een beroep op een clausule die de EU tegen wil en dank heeft moeten slikken. Maar veel effect gaat het waarschijnlijk niet hebben. De clausule stelt namelijk alleen paal en perk aan verblijfsvergunningen die 5 jaar geldig zijn. Het aantal éénjarige verblijfsvergunningen blijft onbeperkt. En omdat de clausule maar voor één jaar geldt, zullen er in de praktijk simpelweg meer éénjarige verblijfsvergunningen worden aangevraagd. De immigratie wordt wat lastiger, maar zal in de praktijk nauwelijks verminderen. Zwitserse werkgevers klagen dan ook vooral om een toename van de bureaucratie.

Als het zo weinig zin heeft, waarom jaagt de Zwitserse regering de EU dan in de gordijnen?
Waarschijnlijk heeft het weinig met de EU te maken en veel met de binnenlandse politiek. De extreemrechtse SVP, die het hele Personenfreizügigkeitsabkommen met de EU het liefst zo snel mogelijk op de mestvaalt zou willen gooien, is weer eens op de referendumtoer. In 2012 hebben ze voldoende handtekeningen weten te verzamelen voor een Masseneinwanderungsinitiative, dat onder andere verlangt dat het verdrag met de EU wordt opgezegd. De SVP beschikt over veel geld en een afschuwelijke maar uiterst effectieve propagandamachine en gaat dat naar alle waarschijnlijkheid ook voor dit referendum inzetten.

Daarnaast zijn eind 2012 ook voldoende handtekeningen voor het Ecopop-initiatief opgehaald, dat de bevolkingsgroei en de effecten die dat op het (Zwitserse) milieu heeft wil remmen door de immigratie aan banden te leggen. Het Ecopop-initiatief biedt een politiek minder incorrect argument om de “angst voor buitenlanders” te kunnen ventileren. “Milieu” is immers iets heel anders dan “discriminatie”. Dat Ecopop alleen naar het Zwitserse milieu kijkt en niet beseft dat een persoon het milieu niet meer of minder belast als hij binnen of buiten de Zwitserse grenzen staat, wordt natuurlijk niet vermeld.

De Zwitserse regering zal als deze twee referenda worden aangenomen onder grote binnenlandse druk komen te staan om het verdrag met de EU op te zeggen. Door de ventielclausule in te schakelen probeert ze de beide referenda de wind zo veel mogelijk uit de zeilen te nemen. En dat is uiteindelijk weer in het belang van de EU.

Symboolventielen
Kortom, de “ventielclausule” wordt niet ingeschakeld om daadwerkelijk iets te veranderen aan de immigratie. Veel effect zal de clausule namelijk niet hebben. Het is pure symboolpolitiek. Laten we hopen dat het helpt om Ecopop en het SVP-referendum te laten floppen.

8 reacties

Opgeslagen onder Bureaucratie, of de Strijd om de Paarse Krokodil, De EU, De SVP en racisme, Democratie, Grensperikelen, Mijn emigratie - zomer 2009, Politiek, Typisch Zwitsers, Zwitserse bureaucratie

Dat doet de deur dicht

Een zwarte dag in de Zwitserse geschiedenis. Sinds 1 juli 2007 was het betrekkelijk eenvoudig om van Nederland naar Zwitserland te emigreren. Als je in je eigen onderhoud kunt voorzien heb je in principe recht op een verblijfsvergunning. Voor personenverkeer is Zwitserland dan ook onderdeel van “Schengen”.

Destijds heeft Zwitserland echter een “ventielclausule” afgesloten met de andere Schengenlanden. Die geeft Zwitserland de mogelijkheid om het aantal immigranten uit EU-landen alsnog te beperken. Voor de 8 nieuwste EU-landen in Oost-Europa gold er al een dergelijke regel: maximaal 2.180 immigranten uit die landen worden per jaar toegelaten. Vandaag heeft de regering in Bern in haar alomvattende wijsheid gemeend te moeten besluiten, deze “ventielclausule” ook voor immigranten uit de 17 “oude” EU-landen te laten gelden: per jaar zullen maximaal 53.700 immigranten uit die landen een verblijfsvergunning kunnen krijgen.

Hoe dat precies allemaal geregeld gaat worden, is nog niet duidelijk. Evenmin is duidelijk vanaf wanneer de ventielclausule van kracht wordt. Waarschijnlijk eind mei 2013, maar zeker is het allemaal niet.

De pers beschrijft het regeringsbesluit als “valium voor het volk”. Met name de conservatieve landgenoten zijn vaak van het type “wat de boer niet kent…”. Bovendien hebben veel mensen de indruk dat de EU-burgers, met name die uit Duitsland, “de baantjes voor de neus van de Zwitsers wegkapen”. Of dat het geval is, staat nog te bezien – feit is dat veel Duitsers die naar Zwitserland komen, uitstekend zijn opgeleid, de taal spreken (althans, het Hoogduits, want met Zwitserduits hebben juist de Duitsers vaak veel moeite) en bereid zijn hard te werken.

Opvallend is in elk geval dat de werkgeversverbanden negatief reageren op het regeringsbesluit. Ze vrezen meer bureaucratie bij het aanstellen van buitenlandse werknemers.En de vakbonden vinden het ook maar niks. Zij zien meer in het handhaven van CAO’s en het betalen van (voor Zwitserse maatstaven) fatsoenlijke lonen aan buitenlanders.

Vrijwel alle partijen zijn het er over eens dat het besluit puur symbolisch is: in de praktijk zal het besluit de immigratie nauwelijks stoppen.

Hoe dan ook, ik mag me gelukkig prijzen dat ik in de “goede tijd” geëmigreerd ben. En natuurlijk stijgt het aantal EU-burgers in Zwitserland ook door andere invloeden dan louter emigratie. Janneke is er een bewijs van.

1 reactie

Opgeslagen onder Bureaucratie, of de Strijd om de Paarse Krokodil, De EU, De SVP en racisme, Grensperikelen, Mijn emigratie - zomer 2009, Politiek, Zwitserse bureaucratie

De nieuwste flop: Ecopop

Dat bepaalde politieke stromingen in Zwitserland (trouwens ook daarbuiten) gekenmerkt worden door buitenlanderfobie, daar ben ik inmiddels wel aan gewend. Zo werd gisteren mijn brievenbus weer eens vervuild door een Extrablatt van mijn natuurlijke vijand, de Schweizerische Volkspartei. Afijn, we waren toch al van plan om morgen in huis wat schoon te maken – we nemen de brievenbus en de oudpapierdoos meteen even mee, zo gebeurd, zo gedaan.

Maar niet alleen de SVP is tegen buitenlanders. Ook uit een andere politieke hoek komt verzet tegen immigranten en wel in de vorm van het Ecopop-Initiative. Het idee: stop de overbevolking. Het ideale aantal inwoners van Zwitserland, aldus de initiatiefnemers, is in het kader van leefbaarheid en milieu 8 miljoen (het huidige aantal dus). Dat moet niet meer worden. Daarom vinden ze dat de belangrijkste bron van bevolkingsgroei, immigratie, een halt moet worden toegeroepen. Er staan in de initiatieftekst ook allerlei brave passages over het stimuleren van geboortebeperking op de rest van onze planeet, maar het leeuwendeel van de tekst handelt toch echt over immigratiebeperkingen voor Zwitserland. Daarbij distantieert Ecopop zich – o hoe politiek correct – van racistische en vreemdelingenonvriendelijke uitspraken.

Onder de ondertekenaars zit zelfs een wiskundige. Afgestudeerd aan de ETH, zeg maar de TU Delft van Zwitserland. Zo iemand zou je toch zijn bul willen afnemen. Door immigratie zou de wereldbevolking toenemen? Echt, dan heb je de basics van optellen en aftrekken niet begrepen. Kwam er een wereldburger bij doordat ik Nederland verliet en mijn Zwitserse verblijfsvergunning kreeg? Denken ze nu werkelijk dat ze de overbevolking (if any) een halt toeroepen door de grenzen van Zwitserland dan maar dicht te timmeren? Wordt de milieubelasting van onze planeet daardoor minder? Gaan we soms een groot dak over Zwitserland bouwen, zodat de broeikasgassen en de CO2 die de rest van de wereld produceert, in elk geval het schone Zwitserland niet kunnen bereiken en we veilig, gelukkig en tevreden in onze eigen couveuse kunnen leven?

Milieuproblemen los je niet op door je eigen straatje schoon te vegen. Nee, we willen niet discrimineren, maar ons landje is al vol, dus blijft u maar lekker in uw eigen landje – dat overigens net zo tjokvol zou kunnen zijn, maar dan hebben wij er tenminste geen last van…

Kortom, een flop, dat Ecopop!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder De SVP en racisme, Democratie, Grensperikelen, Mijn emigratie - zomer 2009, Politiek, Typisch Zwitsers

Retoromaans

Pinksteren is wel een geschikte dag om wat te vertellen over Retoromaans, een verzameling talen die in een aantal dalen van kanton Graubünden nog gesproken wordt. Het zijn overblijfselen van een groep talen die aanvankelijk tot in de kantons St. Gallen en Glarus gesproken werden, maar inmiddels grotendeels door het Duits zijn verdrongen. Dat het ook tot in Chur gesproken is, valt af te leiden uit de term Churwelsch, een zestiende-eeuwse betiteling voor de von den Einwohnern von Chur gesprochene welsche (d.w.z. “franse”, vergelijk het Nederlandse “waals”) Sprache. Martin Luther had het in de 16e eeuw over Kauderwelsch, wat wij weer kennen als koeterwaals.

Tijdens de volkstelling van 1990 gaf nog meer dan 66.000 van de inwoners aan dat Retoromaans hun moedertaal is, tien jaar later was dat nog maar 35.000.

Zoals gezegd, Retoromaans is een verzameling van vijf talen. Voor buitenstaanders lijken ze onderling op elkaar, maar in de praktijk verschillen ze meer van elkaar dan de Zwitserduitse dialecten. Het zijn ook meer dan dialecten: alle talen hebben een eigen officiële spelling. Men onderscheidt van west naar oost:

  • Sursilvan, gesproken in het dal van de Vorderrhein
  • Sutsilvan, gesproken in delen van het dal van de Hinterrhein
  • Surmiran, gesproken in het Albuladal
  • Putér in het Oberengadin
  • Vallader in het Unterengadin en Val Mustair (daar dan de dialectvariant Jauer)

In de jaren ’70 en ’80 is daar dan nog het Rumantsch Grischun bijgekomen. Dat is een door de retoromaanse taalvereniging ontwikkelde compromistaal tussen de vijf talen. Het is dus een kunstmatig ontwikkelde taal. De gedachte is, dat één taal beter in staat is te overleven dan de vijf aparte talen. Of het werkelijk helpt, staat te bezien.

Aan de ene kant maakt het dingen makkelijker. Zo is retoromaans een officiële taal van de Zwitserse staat – althans voorzover het communicatie met Retoromaanstaligen betreft. Je mag dus als burger in het retoromaans met de regering van gedachten wisselen en ze zullen je ook netjes in het Retoromaans te woord moeten staan. Vanzelfsprekend is het voor de staat handiger om één vertaler Rumantsch Grischun in dienst te hebben dan vijf vertalers Sursilvan, Sutsilvan, Surmiran, Putér en Vallader. Ook de bankbiljetten hoeven niet extra groot gemaakt te worden – milli francs volstaat als vertaling van tausend Franken. Daarnaast wordt opgemerkt dat ook het hoogduits een soort eenheidsworst is die weliswaar handig is als schrijftaal, maar de zwitserduitse dialecten niet verdringt.

Aan de andere kant ervaren kinderen met een van de vijf retoromaanse talen als moedertaal het Rumantsch Grischun als een extra vreemde taal, bovenop hun eigen retoromaans dus, die ze op school moeten leren. Veel mensen zijn dan ook bang dat de nieuwe kunstmatige taal de doodssteek zal zijn voor het retoromaans: de retoromaanstaligen accepteren het niet als hun eigen taal. In 2011 is besloten, dat leermiddelen voor de basisscholen voortaan weer in de vijf oorspronkelijke talen gedrukt kunnen worden. Het besluit uit 2003 om voortaan alleen nog maar leermiddelen in Rumantsch Grischun te ontwikkelen, is daarmee teruggedraaid.

Als inwoner van Olten kom je het retoromaans niet dagelijks tegen – afgezien van de zwitserse bankbiljetten. Maar zo af en toe merk je er wat van. Zo staat er niet alleen Ausländerausweis op mijn verblijfsvergunning gedrukt, maar ook Legitimaziun d’esters, voor het geval dat ik me eens in Bravuogn moet legitimeren. En natuurlijk is Asterix en de Helvetiërs ook in retoromaans verkrijgbaar onder de titel Asterix ed ils Helvets. Ook koren hebben blijkbaar af en toe retoromaans repertoire: het koor van Matzendorf, dat ik op 24 juni ga ondersteunen bij hun concert, heeft o.a. Dorma bain op het repertoire staan. Buna not, dorma bain betekent waarschijnlijk zoiets als goede nacht, droom mooi.

 

4 reacties

Opgeslagen onder Bureaucratie, of de Strijd om de Paarse Krokodil, Mijn emigratie - zomer 2009, Taal, Typisch Zwitsers, Zwitserse bureaucratie