Korte lontjes en lange tenen

Naar aanleiding van de terroristische aanslagen op Charlie Hebdo komt nu regelmatig de vraag voorbij, of je iemand eigenlijk wel mag beledigen.

Aanvankelijk dacht ik: natuurlijk niet, sukkel! En met die gedachte stond ik niet alleen. Zo heeft de paus onlangs gezegd, dat de vrijheid van meningsuiting weliswaar een fundamenteel menselijk recht is – en het zelfs een plicht is om onze gedachten te uiten voor het algemeen welzijn – maar dat er ook grenzen zijn. In het bijzonder, zo meent zijne heiligheid, mag je niet provoceren en mag je het geloof van een ander niet bespotten of beledigen.

En ja, zo op het eerste gezicht heeft de paus wel gelijk. Het is in het algemeen niet netjes om met iemands overtuigingen (en dat hoeft in deze moderne tijd van ontkerkelijking niet per se iemands geloof te zijn) te spotten. Als ik vrienden te eten krijg die moslim zijn, maak ik geen varkensvlees voor hen klaar. Dat doe ik ook niet voor mijn vegaan etende ouders of broer, ook al heeft hun veganisme niets met hun geloofsopvattingen te doen. Strenggereformeerde kennissen zal ik niet voorstellen om op koopzondag gezellig samen te gaan winkelen. En op zondag zal ik in Zwitserland mijn grasveld niet maaien, omdat het in Zwitserland nou eenmaal het gebruik is om op zondag buiten geen geluidsoverlast te veroorzaken – kerk- en koeienklokken uitgezonderd.

Zou ik een moslim (of mijn broer) varkensvlees serveren of een strenggereformeerde vriend voorstellen om samen te gaan winkelen, dan zou ik ze onnodig beledigen. En ik ben uit vrije wil in Zwitserland komen wonen, dus dan pas je je aan aan de lokale gewoontes, zelfs als je ze zelf niet helemaal begrijpt. Ik maai mijn gras wel op zaterdag en als die kerkklokken mij storen, dan stop ik Oropax in mijn oren. Ieder zijn meug, leven en laten leven, ’s lands wijs, ’s lands eer.

Als ik in Nederland ben, kan ik daar naar hartelust op zondag grasmaaien, als ik zou willen. Ik neem zelfs aan dat er voldoende familieleden en vrienden aan het andere uiteinde van de Rijn zijn, die het juist fijn zouden vinden als ik hun gazonnetje zou maaien en er geen enkel probleem mee hebben als ik dat op een zondag zou doen. En ook de Zwitsers vinden dat best, zolang ik maar in Nederland maai. Strenggereformeerde vrienden of niet, als ik daar zin in heb ga ik op koopzondag gewoon winkelen. En gisteren serveerde onze kantine heerlijke varkenscordonbleu.

Nu een stapje verder. Wat doe ik, als een (voor dit blog even verzonnen) strenggereformeerde vriend mij zou zeggen, dat ik hem beledigd heb omdat hij gezien heeft dat ik op zondag ben gaan winkelen? En hij eigenlijk van mening is dat niemand op zondag zou mogen winkelen omdat daarmee zijn religie, die immers met uitzondering van kerkbezoek alle activiteiten op zondag verbiedt, beledigd wordt?

Dan wordt het toch anders. Het is niet mijn bedoeling om een vriend voor het hoofd te stoten. Maar net zo goed als hij vrij is om op zondag niets te doen, moet ik vrij kunnen zijn om op zondag mijn leven zo in te richten als ik dat wil. Ik vind dan ook niet, dat ik die vriend zou beledigen als ik op zondag winkel. Ik vind eerder, dat zo’n vriend wat lange tenen heeft. Leven en laten leven, immers.

Laten we eens aannemen dat die (nog steeds gefingeerde) vriend verder gaat. Hij praat uitvoerig op mij in, zegt dat ik excuus moet maken en dreigt zelfs de vriendschap op te zeggen als ik door blijf gaan met winkelen op zondag. Het is verder een goede vriend en het zou jammer zijn om de vriendschap te verliezen. Maar dat risico ben ik bereid te lopen. Ik ga door met zo af en toe winkelen op zondag. Gewoon, omdat het me uitkomt en omdat ik er geen kwaad in zie. Op dinsdag ligt er een woedende brief van mijn vriend op de mat. Hij is diep beledigd door mijn winkelen op zondag en zegt niet alleen de vriendschap op, maar verklaart, dat hij nooit meer iets met me te maken wil hebben. Ben ik beledigend, of heeft hij lange tenen en een kort lontje? Dat laatste, toch? Goed, de vriendschap is nu definitief verloren – maar ik kan nu in elk geval doorgaan met winkelen op zondag zonder gezeur aan mijn broek.

De paus heeft dus niet helemaal gelijk als hij vindt dat je een geloof nooit mag beledigen. Als iemand beweert, dat ik een geloof beledig omdat ik iets doe dat in mijn woonland, mijn religie en mijn cultuur als heel normaal wordt ervaren, dan zet die persoon met zijn zogenaamd beledigde geloof de zaak wat mij betreft op scherp.

Zolang een religie (of een politieke beweging, of een vereniging van principiële mensen) richtlijnen geeft over hoe haar eigen leden zich zouden moeten gedragen, is er niks aan de hand. Het wordt anders, als een beweging beweert, dat haar waarheid de enige waarheid is en dat de hele wereld zich naar haar richtlijnen dient te gedragen. Dan moeten de leden van die beweging ook met de daarbij horende kritiek om kunnen gaan. Hoge bomen vangen veel wind.

Als een beweging vindt, dat niemand plaatjes mag maken van hun held, omdat zij, of nog erger, hun geloof, anders beledigd zou zijn, kun je er gif op innemen dat niet iedereen op de wereld zich dat zomaar laat zeggen. Als de beweging dan ook nog provoceert door met aanslagen te dreigen (voor de duidelijkheid: de IS-terroristen zijn duidelijk een andere beweging dan de islam), dan mag je verwachten dat die provocatie met een (toegegeven: riskante – maar men wist waar men aan begon) tegenprovocatie wordt beantwoord.

Advertenties

9 reacties

Opgeslagen onder Kerk, Veiligheid

9 Reacties op “Korte lontjes en lange tenen

  1. Hoi Twan,

    Jij bent duidelijk ook van het type “leven en laten leven”, zoveel haal ik wel uit je interessante uiteenzetting. Echter: “leven en laten leven”, daar valt wat mij betreft ook onder dat mensen het vanwege hun geloof belangrijk vinden dat er geen afbeelding van hun profeet gemaakt wordt. In mijn ogen is het nodeloos provocerend wat er soms gedaan wordt door Charlie Hebdo. Je raakt er namelijk niet alleen de radicale tak mee, maar bijvoorbeeld ook al die lieve moslims die wij dagelijks over de vloer krijgen. Ouders en leerlingen bij mij op school. Laat ze dan alleen IS belachelijk maken, door een afbeelding te maken van een strijder met een klapperpistooltje of zo.
    Ik ben (niet meer zo) gelovig, maar ik ben het eens met de paus in deze.

    Ik wens je alle goeds.
    Groeten, Mike

    • Hoi Mike, ik snap je punt, denk ik. Even afgezien van het feit dat ik helemaal geen cartoons kan tekenen: ik zou ook een ander mikpunt gekozen hebben voor mijn spot dan Charlie Hebdo heeft gedaan – precies om wat jij zegt: waarom zou je de groep mensen die jij noemt, de doodgewone moslim in de straat die het ook allemaal niet helpen kan, onnodig plagen. Nergens voor nodig. Ik ben het weliswaar niet met de paus eens, maar ik kan eigenlijk ook geen dringende reden vinden waarom ik de moslims (of de christenen, of een andere groepering) in onze samenleving onnodig op de tenen zou moeten gaan staan.

      Dat neemt niet weg, dat ik er erg veel moeite mee heb, als mensen zich werkelijk “beledigd” voelen door deze cartoons. Dat iemand ze grof, onsmakelijk, niet grappig of onnodig vindt, daar kan ik allemaal inkomen. Maar mijn eerste reactie is: het gaat over een klein tijdschriftje ver weg in Frankrijk – waar zou ik me verder druk om maken?

      Ik heb ook nagedacht over een cartoon waar ikzelf beledigd door zou zijn. Natuurlijk, een spotprent van mij of concrete vrienden, familieleden of bekenden van mij in “aanstootgevende positie”, daar zou ik beledigd door kunnen zijn. Een cartoon waarin direct op de man wordt gespeeld. Maar de cartoons van Charlie Hebdo vallen – voorzover ik ze tenminste gezien heb: zoals gezegd, het was tot voor kort een onooglijk tijdschriftje ver weg in Frankrijk – niet in die categorie. En in die categorie zou ik ook een uitzondering maken voor personen die bewust de publiciteit zoeken. Bijvoorbeeld politieke of reiligieuze leiders. Hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind.
      Ik kon niks bedenken. Misschien heb jij (of heeft een andere lezer) een idee? Ik beloof dat ik niet beledigd zal zijn door je idee 😉

      Dank voor je reactie!
      Twan.

  2. Dag Twan,
    Punt is natuurlijk dat, hoe klein en nietig de bron in eerste instantie ook is: in de huidige tijd wordt iets direct over de wereld verspreid, de media zorgen daar tegenwoordig wel voor. En daarna volgen ook de reacties: ook door de hoge bomen. En dan zijn de rapen gaar (om maar eens een cliché van stal te halen).
    Ikzelf wordt ook niet snel beledigd denk ik. Maar ik kan dan ook goed relativeren, heb geen lange tenen en hou me meestal gedeisd. Dit i.t.t. anderen, helaas……
    Mike

  3. Manuel Laan

    Dag broeder,
    Iemand vertelde mij ooit dat iemands vrijheid ophoudt waar die van de ander begint. En dat die grens niet in oorlogsgebied ligt, maar op een speelveld. Een plek waar je elkaar leert kennen, zonder per se vrienden te worden. Zonder overtuigd te zijn van elkaars overtuigingen. Maar met de kàns om vrienden te worden. Met de kàns om je te laten overtuigen. Een plek waar je elkaar leert kennen met voetballen, verstoppertje, tikkertje en onenigheid. Waar na een week spelen iedereen weet wat ze aan je hebben. Je bent hun tegenstander met voetbal en de bondgenoot bij verstoppertje. En met een ruzie weet iedereen precies hoe ver ze kunnen gaan.
    Op die manier leren kinderen hun sociale vaardigheden. Leren ze hun plek in de maatschappij. En ik ben ervan overtuigd dat 99% van de mensen dat heeft meegenomen voor de rest van hun leven.
    Maar helaas blijven sommige pesters pesters. Helaas zijn er meelopers die nooit sterk genoeg zijn geworden om in zichzelf te gaan geloven. Helaas zijn er verziekte geesten die nooit beterschap hebben gekend. Het zijn er niet veel, maar ze zijn soms in staat om zoveel golven te maken, dat je stevig in je schoenen moet staan om overeind te blijven en vast te houden aan wat jij weet dat goed is. En veel vaker is het wild gespetter, wat uiteindelijk niet veel meer veroorzaakt dan wat zacht gekabbel aan je enkels. En hoe hard het gespetter daar verderop ook is, het is heel relativerend om dan ook eens rond je enkels te kijken.
    Jammer dat sommige mensen alleen de spetters zien en dan golven terugsturen.

    Een collega had bij ons een paar jaar geleden posters hangen tijdens een pestproject. Er stonden slechts twee woorden op. En ik heb daarna nooit meer begrepen waarom de bijbel, de Koran, de Thora of ieder ander heilig boek zo dik moet zijn. “Doe lief!”

    Was het maar zo simpel als je idealen…

  4. @ Manuel: mooi.
    @ Wiilem jan: inderdaad, werkt beide kanten op.

  5. John Johnson

    Mooi geschreven meneer Zwitserlaan. Veel beter dan de gemiddelde column die hierover in de NLse pers terechtgekomen is. Groetjes uit Amerika.

  6. Jepa.

    Beste Twan,
    Graag lees ik jouw stukjes. Ook dit. Op de Nederlandse TV verschijnt vaak een spotje van een omroep, waarin gezegd wordt ( ik gebruik mijn eigen woorden): je mag altijd je eigen mening over wat en wie dan ook zeggen, maar (vaak) hoeft dat niet. Er is veel wat mag, maar niet hoeft. Als we ons daar wat meer aan zouden houden.
    Jepa.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s