Iglesias en de boot

Vrijdag 9 augustus – Vandaag nemen we afscheid van Mandas. Omdat de FdS geen zin heeft om een trein te laten rijden op het moment dat wij het willen (of beter gezegd, in de zomer de trein door een bus heeft vervangen), zitten wij niet in een broodrooster maar in een frisse bus tot aan Dolianova. Daarna: alsnog een broodrooster naar Monserrato. Daar kunnen we dan weer overstappen op een “metro” (feitelijk een tram die op het voormalige spoortraject rijdt) naar de Piazza Reppubblica in Cagliari. En daar kunnen we dan overstappen op een trolleybus naar het station, het busstation en de haven. Vijftig jaar geleden kon je in één ruk, met één trein, met één kaartje, deze reis maken. Nu mag je drie keer overstappen en moet je onderweg een keer een nieuw kaartje kopen. Dat noemen ze dan vooruitgang.

Bagage in bewaring geven is geen activiteit die veel ondernemingen in Cagliari wensen uit te voeren. De bagagedepots in het spoorwegstation, het havenstation en het busstation zijn alle drie gesloten. In het busstation is enkel de mogelijkheid om bij een kiosk je spullen achter te laten. We zien meteen wat er gebeurt als je een monopolie aan een commerciële partij gunt: de prijzen stijgen tot astronomische hoogtes. Zelfs in Amsterdam of Zürich is het nog goedkoper om je bagage in bewaring te geven. Afijn, we hebben vakantie.

Te Cagliari stellen wij vast dat Zürich HB niet het enige station met een functionerende stationskerk is. Ook hier is een kapel.

Logo Stationskerk Cagliari

Logo Stationskerk Cagliari

De kapelaan is er van 11 tot 12.

De kapelaan is er van 11 tot 12.

Interieur stationskerk Cagliari

Interieur stationskerk Cagliari

Wij proberen nu de trein over een zijlijntje te nemen. De FS heeft alleen wat moeite om het voertuig te vinden, zodat we een minuut of tien later rijden dan de FS beloofde. Maar we komen toch in Iglesias. Marco heeft zich in het stadsplan verdiept en weet ons langs de mooie plekjes te voeren. Daarnaast vinden we er ijsjes en middageten. Een ander zijlijntje gaat naar Carbonia. Zoals de plaatsnaam al doet vermoeden, is dit een geplande stad rond een voormalig mijnbouwgebied. De torens van de mijnschachten staan nog roestig te wezen in het landschap – Italianen breken de meeste dingen die ze niet nodig hebben niet af, maar laten ze gewoon staan. Dat geldt ook voor het oude station van Carbonia. Inmiddels is er een nieuw station uit de grond gestampt en daarbij zijn kosten noch moeiten gespaard. Voor een treintje per uur is er een enorm betonnen complex opgetrokken. We ontkomen niet aan de indruk dat de bekende misdaadorganisatie van dit land in Carbonia zijn aandelen Staatsmijnen heeft verruild voor aandelen in de betonindustrie.

Terug in Cagliari doen we nog wat boodschapjes, halen onze bagage op en gaan naar de boot. Ik ben al eens eerder met de boot uit Cagliari vertrokken en ook toen met de firma Tirrenia. Dat is al weer lang geleden en de ervaring was toen niet onverdeeld positief. Voor de insiders: er vielen termen als “Bronkhorstpont” (over het voertuig dat ter beschikking werd gesteld) en “ijscomannetjes” (over het bijbehorende personeel). Inmiddels is er veel verbeterd. Onze boot, die ooit dienst moet hebben gedaan in Griekenland want alle opschriften zijn (ook) in het Grieks, ziet er prima uit. We hoeven er niet op via een wankele loopplank, zoals toen, maar mogen via een comfortabele roltrap omhoog. En ook over de hut hebben wij niets te klagen, afijn, kijkt u zelf maar:

Hut met tweepersoonsbed

Hut met tweepersoonsbed

...en een zithoek

…en een zithoek

...en douche en toilet

…en douche en toilet

Dat was destijds stukken minder. Er is ook nog een restaurant waar we met smaak eten, en een hele rij barretjes, waarvan één bij het zwembad. Het zwembad is dan wel leeg (sneu) maar de voorraad van de bar is dat niet.

Het is wat jammer dat Janneke ook zo graag van de hut wil genieten dat ze erdoor vergeet in te slapen. Daarom hebben we een, laten we zeggen, beperkte nachtrust. Desondanks bereiken we Civitavecchia.

Daar nemen we op ons dooie gemak afscheid van de drie ooms van Janneke: we drinken nog wat koffietjes en de zwemliefhebbers springen nog even in zee. Daarna zetten wij in een voertuig van de firma AnsaldoBreda koers naar Rome. Het is opvallend dat dit voertuig in staat is tot rijden, en dat de stukken er niet meteen afvallen. We lopen wel wat vertraging op, maar voor Italiaanse begrippen is het verwaarloosbaar. We zijn alleen niet tevreden over de omroep. Die is namelijk geautomatiseerd en dat is een zootje. De woorden zijn door wel tien verschillende stemmen ingesproken in diverse volumes en toonhoogtes, zodat het allemaal erg houterig overkomt. Men volhardt in het omroepen van de vertraging van de trein bij elk station (en we zitten in een stoptrein) en daarnaast is FS ook van mening dat bij elke treinrit ten minste een keer een berichtje moet worden omgeroepen over wat er gebeurt als je geen kaartje hebt, een ongeldig kaartje hebt, je kaartje niet hebt afgestempeld, of je kaartje verkeerd hebt afgestempeld. Een en ander wordt gevolgd door de mededeling dat de draconische straffen die je dan ten deel kunnen vallen, door de wet zijn voorzien en dat FS dus alleen maar de wet ten uitvoer brengt. Dat valt in de praktijk mee, want de conducteur neemt niet eens de moeite om langs te komen.

We bereiken met niet eens al te veel vertraging Roma Termini. Zeer groot, zeer druk, zeer vol, zoals het een groot Italiaans station betaamt. Hier stappen wij over op de Frecciarossa, het paradepaardje van de FS, dat ons in net even meer dan drie uur naar Milaan belooft te brengen. Het ding komt met nauwelijks vertraging uit Napels binnen. Je mag de trein alleen in met een zitplaatsreservering en op die reservering staat duidelijk het rijtuig en het nummer van de zitplaats die je hebt toegewezen gekregen. Op het perron staat heel netjes aangegeven welk rijtuig waar komt, en op de deuren van de rijtuigen staat precies aangegeven voor welke plaatsen je bij deze deur kunt instappen, en dat je voor de andere zitplaatsen een andere deur moet gebruiken. Bij het binnenkomen van de trein wordt dat ook nog eens over de stationsomroep uitgelegd. Klinkt geweldig, niet? Niet. Want aan Italianen is zoiets niet besteed. Chaos compleet. De trein komt binnen, de reizigers stappen uit. Als er al geruime tijd geen reizigers meer uit de deur naar buiten stappen, stappen wij in. Helaas! Als we op het balkon staan, blijkt er uit het gangpad een hele rij spijtoptanten te komen, die net ontdekt hebben dat ze in Rome zijn aangekomen en – o hemel! – uit moeten stappen! Dat zorgt voor de eerste opstopping, want wij kunnen inmiddels ook niet meer terug de trein uit. Als alle spijtoptanten dan toch de trein verlaten hebben, proberen wij onze zitplaatsen te bereiken. Dat lukt, maar vervolgens staat het gangpad alweer vol mensen. Het lijkt erop dat de reizigers die door de voorste deur zijn ingestapt, allemaal een zitplaats achteraan in het rijtuig hebben, en dat de reizigers die door de achterste deur zijn ingestapt, allemaal een zitplaats vooraan in het rijtuig hebben. En een gangpad in een trein is nu eenmaal enkelspoor. Het duurt een minuut of vijf voordat de reizigers dat ook allemaal in de gaten hebben. Tja, en hoe los je het dan op? Er zijn natuurlijk nog voldoende lege stoelen in het rijtuig en je zou natuurlijk even met je bagage en al tijdelijk naar zo’n lege stoel kunnen uitwijken om andere reizigers de doorgang te verlenen. Maar het kost ook wel eventjes voordat men dat in de gaten heeft. Na een kwartiertje ofzo heeft dan iedereen zijn plaatsje gevonden. SPQR, om met Obelix te spreken. Inmiddels heeft de trein de buitenwijken van Rome alweer verlaten en zet er keurig de sokken in, door een prachtig Toscaans landschap.

Overigens niets dan goeds over deze trein. Gerieflijke zitplaatsen, een goed reizigersinformatiesysteem, een omroep die normaal functioneert, in de eerste klas gratis drankjes, een uiterst beleefde conducteur die vriendelijk je kaartje knipt en vervolgens buigt als een knipmes. De Japanse spoorwegen zijn er niets bij. De trein komt zelfs keurig op het afgesproken tijdstip binnen op het centraal station van Milaan.

Dan zijn we echt bijna thuis, want we stappen over op een Zwitserse trein. Die rijdt nog langs wat Italiaanse meertjes en komt vervolgens in Domodossola, het grensstation. Er zijn wat Captain Bertorelli’s van de Guardia di Finanza die met rinkelende medailles door de trein komen maar verder niet veel uitrichten, en dan zetten we koers naar heerlijk Helvetia. In Brig halen we keurig de eenminuutaansluiting naar Bern en dan zijn we alweer bijna thuis in ons eigen spoorwegknooppunt Olten.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Reisverslagen, Reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s