De Grote Reis 21: Kanata en nogmaals Gatineau Park

Op vrijdag verlaten we Gatineau en gaan naar Kanata, wat zoiets als Ottawa West is. We nemen nog eens de “franse” bus 37, helpen in St. Andrew’s Church mee met het versieren van de feestzaal voor de bruiloft van Ines en Peter, en komen dan op Leacock Drive in Kanata aan. Er zijn zo veel auto’s beschikbaar dat het geen zin heeft om het OV te nemen. Vrije zitplaatsen in overvloed.
We worden buitengewoon hartelijk ontvangen door Pat en Mike Nyenhuis, onze gastvrouw en -heer voor de komende twee dagen. Mike heeft Nederlandse roots, en kleine dingen in het huis, zoals een kaasschaaf, verraden dat. Maar dat we in Canada zijn merken we weer als we naar een supermarkt willen. Mike legt ons geduldig uit waar we wezen moeten, maar vergeet dat we geen auto hebben. Wat, willen jullie gaan lopen? Het is veel te warm en het is wel twee kilometer! Er is geen ontkomen aan, hij moet en zal ons brengen, dus zitten we even later in de auto. En als we dan toch met de auto zijn, nemen we meteen ook maar iets zwaars mee voor de potlock van morgen: een watermeloen.

image

Annina besteedt de rest van de middag aan het decoreren van het enorme ding.

De volgende dag trouwen Ines en Peter in St. Andrew’s. Historische grond, want tijdens de oorlog was dit de plek waar ook Juliana met haar kinderen naar de kerk ging. Prinses Margriet is er gedoopt, de lezenaar is een geschenk van de toenmalige prinses aan de kerk en draagt het Nederlandse rijkswapen.

image

De dag na het huwelijk reizen we door naar het huis van de ouders van de bruidegom, waar nog meer bruiloftsgasten logeren. Het is “net” buiten Ottawa, maar een goed half uur rijden op de snelweg. Bussen komen er in het geheel niet, dus laten we ons wederom taxiën.

Met het kersverse bruidspaar gaan we op maandag terug naar Gatineau park in “Franada”. Er zijn daar doe-het-zelf grotten, dat wil zeggen: grotten die je zelf, zonder gids, kunt bezoeken. Het is, alweer, OV-onbereikbaar en zelfs vanaf de parkeerplaats is het ook nog een goed uur lopen. Maar het is dan ook de moeite waard. In de grot zijn soms meerdere routes mogelijk en wij vinden er een bovenlangs (bovendien droog) die bijna niemand neemt. We zitten gezellig met zijn viertjes en zingen wat liedjes, terwijl onderlangs andere grotbezoekers passeren, die zich afvragen waar dat gezang vandaan komt.
Moe maar voldaan gaan we ’s avonds terug naar Harm en Anne Rombeek, de ouders van Peter, in Ottawa-west.
De volgende dag blijven we in en om huize Rombeek. Daar is genoeg te doen. Bijvoorbeeld een wandelingetje in de tuin. Omdat ze net (20 minuten rijden, immers) buiten de stad wonen, is de tuin wat groter dan we gewend zijn: enkele honderden meters diep.image

Aan het eind ligt een kreek met beverdammen. Om de irrigatie van de tuin van de buren niet te hinderen, moesten ze al jaren geleden doorgebroken worden, maar je kunt ze nog steeds zien. De tuin wordt voor het grootste deel niet onderhouden en dat betekent dat je regelmatig moet “snoeien” als je je door het geheel wilt verplaatsen. We stellen vast dat het heel erg droog is: de kreek staat zelfs droog en de plas waar de reeën uit drinken ook bijna.image

De volgende ochtend nemen we afscheid van de Rombeeks en na een bezoekje aan het museum voor transport. image

zetten Ines en Peter ons op de trein naar Toronto.image

image

Uiteraard bestijgen we de trein niet zonder twee keer in de Q te hebben gestaan. De trein heeft Wifi, maar het tempo ervan ligt nauwelijks hoger dan dat van de Canadese treinen. Maar het is beter dan niets, zoals in Zwitserland.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Reisverslagen, Reizen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s