Een dagje fijn met de trein

Het is eigenlijk verbazend dat ik er niet vaker toe kom om een dagje te freaken met het fantastische OV in dit bahnsinnige land. Maar vandaag was het dan toch weer eens zo ver. Er ontbreken nog altijd wat lijntjes in mijn “verzameling” en daarvan stonden er vandaag drie op het programma.

Annina moest met de trein van 7.10 naar haar werk en dus neem ik, na haar te hebben uitgezwaaid, eerst een cappuchino in chez SBB op station Olten voordat ik om 7.40 de ICN naar Neuchâtel neem. In Neuchâtel zie je duidelijk dat Zwitserland een OV-systeem heeft waar men probeert alles op alles aan te laten sluiten. Rond het halve uur, met het vertrek van de ICN’s in beide richtingen, vertrekken er om de haverklap treinen, maar daarbuiten zijn er periodes van 20 minuten zonder dat er maar één trein te bekennen is. Uitgezonderd dan de funambule. Funiculaires kennen we vooral als toeristenbaantjes naar bergtoppen, maar in veel steden spelen ze ook een rol in het stadsvervoer, door de “verticale component” voor hun rekening te nemen. In Neuchâtel zijn er maar liefst drie. De funambule is de drukste en vervoert je van het station naar de universiteit en terug. Volgens het spoorboekje gaat het ding en fonction de l’affluence en dat betekent dat het ding nu af en aan rijdt. Elke drie tot vijf minuten vertrekt-ie voor een ritje van nog geen drie minuten. Volautomatisch, er komt geen conducteur of machinist aan te pas.

Na een ritje funambule is er weinig te doen en ik neem de spitstoevoeger naar Fleurier. Het is een motorwagen van de voormalige RVT, tegenwoordig heet die club TRN, versterkt met maar liefst drie rijtuigen die duidelijk een BLS-verleden hebben. Het treintje gaat omhoog richting Travers over SBB-spoor en dan over TRN-infra naar Fleurier. In Travers moeten we wachten op de tegentrein zodat we Fleurier met +5 bereiken. Hier zijn de afgelopen tijd kosten noch moeite gespaard om het station te verherbouwen. Er ligt zelfs een helder folderke, dat er vooral de aandacht op vestigt dat er tegenwoordig een Relay Hub Convenience in het station is gevestigd. Inderdaad is in een groot deel van de nieuwe glazen uitbouw van het station een boekhandeltje annex kiosk gevestigd. Het andere deel van de uitbouw betreft een groot uitgevallen verkeersleidingscentrale voor de TRN. Het foldertje besteedt vooral aandacht aan de Relay Hub Convenience. Op twee van de totaal vier bladzijden wordt uitgelegd dat het aanbod zich beweegt rond drie “assen”: kranten, kiosk en “producten van nabijheid” (produits de proximité). Veel uitleg voor een winkeltje waar op zich niets mis mee is. Er is nog één bladzijde folder gewijd aan adressen en telefoonnummers, en dan is er nog eentje over voor de core business van een station: het in- en uitstappen van reizigers. Van die laatste bladzijde is de helft gevuld met een foto. Op de andere helft wordt kort verteld dat het station gerenoveerd en uitgebouwd is, waarbij rekening gehouden is met het historisch karakter van het gebouw. Vanaf de perronzijde, waar de uitbouw met veel glas en staal staat, is er weinig van te merken, maar vanaf de straatkant is ’t inderdaad mooi geworden. Trots meldt het foldertje, tenslotte, dat TRN verwacht, in 2012 ook de wettelijke bepalingen betreffende toegankelijkheid te kunnen gaan naleven. Sporen, perrons en technische installaties zullen geheel vernieuwd worden. Geen overbodige luxe, want het huidige perron was zo kort dat ik zojuist vanuit het achterste rijtuig in de met sneeuw bedekte ballast mocht uitstappen. Als ik even later in de TRN-flirt naar Buttes stap, blijkt ook in- en uitstappen via het perron lang niet vlekkeloos te gaan, ondanks de mooie lage instap van de flirt. Gelukkig helpt men elkaar met het uitladen der kinderwagens.

Buttes, het eindpunt, is nog niet gerenoveerd en ziet er zeer Frans uit. Toch verraden de details dat je in Zwitserland bent. Het station is oud maar onderhouden. En een voertuig van de TRN is druk bezig het stationsplein sneeuwvrij te maken. Ook dat gebeurt stipt op tijd, want zodra het plein geruimd en het voertuig verdwenen is, rijdt de postauto het plein op.

Het lijkt wel afgesproken zo. En ’t zou me niet verbazen als dat ook werkelijk zo is.

Deze postauto rijdt elk uur naar La Côte-aux-Fées, maar waagt drie keer per dag de sprong over de kantonsgrens. Eén van die drie ritjes heb ik uitgezocht om van Buttes (Neuchâtel) naar Ste.-Croix (Vaud) te komen. De postauto verlaat vrijwel direct de hoofdstraat en gaat dan steil omhoog naar La Côte-aux-Fées. Hoewel het dooit, is er een flink restant kerstkaartenlandschap en het uitzicht is dan ook de moeite ward. Al gauw ben ik nog maar de enige reiziger. De kantonsgrens is duidelijk zichtbaar: in Neuchâtel een mooie tweebaansweg, stippellijntje in het midden. In Vaud is de weg veel smaller, te smal voor een stippellijn en de postauto hanteert regelmatig zijn drietonige hoorn om bij bochten tegenliggers te waarschuwen.

In Ste.-Croix stap ik in het treintje naar Yverdon. Hoewel het nevelig is, is het uitzicht over het besneeuwde land bij vlagen toch erg mooi.

In Yverdon is het een drukte van belang op het stationsplein. De scholen zijn net uit en de buschauffeurs manoeuvreren met enige moeite hun voertuigen tussen de op en rond de busperrons rondstuiterende bio’s. Ook mijn postauto naar Bercher is een biobak, maar omdat bio’s gemiddeld niet meer dan drie haltes meereizen, is de rust snel wedergekeerd. Na Ursins ben ik voor de rest van de rit de enige reiziger.

Bercher kent slechts eenvoudige faciliteiten voor de reiziger, maar een modern smalspoortreintje staat gereed voor de rit naar Lausanne. Aanvankelijk maakt het treintje een landelijke indruk, maar al gauw wordt het drukker, volgen de haltes elkaar sneller op en rijden we als een soort tram door de voorsteden van Lausanne. Dan duikt het treintje onder de grond en eindigt het als een metro in Lausanne-Flon. Daar rijdt een andere metro me snel naar het ‘echte’ station van Lausanne. Good old SBB brengt me pünktlich weer terug naar Olten, zodat ik met Annina de eerste voorbereidingen voor het kerstdiner kan treffen (’t beest is dood in stukken verdeeld en heeft nu zwemles).

Advertenties

7 reacties

Opgeslagen onder Reisverslagen, Reizen, Reizen in Zwitserland

7 Reacties op “Een dagje fijn met de trein

  1. Pingback: Een dagje fijn met de trein | switzerland | Scoop.it

  2. Pingback: Een dagje fijn met de trein | ZWITSERLAND

  3. Stefanie Laan Stoffels

    Een goed bestede eerste vakantiedag, volgens mij 🙂
    Eh…. dat beest had je toch niet onderweg zelf geschoten? 🙂 🙂

  4. Willem-Jan

    En dat zeg je niet ff vantevoren… dat je in Lausanne bent.

    Oh ja, de Funambule neemt in de categorie kabelbaantjes technische een bijzondere plek in: de kabines leggen niet dezelfde weg af, de ene is langer dan de andere en bovendien heb je misschien gezien dat de kabines t.o.v. elkaar bewegen: ze blijven zo veel mogelijk rechtop staan, terwijl de helling die het traject maakt wisselt. Door alle ingewikkelde zooi die erbij kwam kijken duurde het veel langer dan gedacht voor dat dit ding in dienst kwam een paar jaar geleden.

  5. Neef Marco

    Leuke rit! Al die lijntjes, inclusief de verbindende busritten, heb ik met Neef Kees ook al eens gedaan. Doet Fleurier-St. Sulpice het nog? Daar reed ooit een museumtreintje (maar waarschijnlijk alleen in de zomer, en dan nog maar af en toe).

  6. Dat lijkt verbazend veel op het openbaar vervoer in Nederland! 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s