Een weekendje Haslital

Onze bank deelt jaarlijks tegoedbonnen uit voor hotelovernachtingen en attracties in telkens weer een ander stukje Zwitserland. Vorig jaar bracht dat ons in Hotel Funi in Cossonay – dit jaar kwamen we in Hotel Victoria in Meiringen (we hebben tenslotte mei-ringen met ons huwelijk van 5-5, nietwaar?) terecht. We hadden het hotel op internet gevonden en er werd daarbij wat gemompeld over een uitstekende keuken.

Als we in Meiringen aankomen is het nog wel wat vroeg voor keukens. We installeren ons op onze kamer en lopen vervolgens een rondje door het dorpje. Dat is op zich niet zo heel bijzonder. Wel is er aan het eind van het dorp een grote toren (kasteel is een wat groot woord) uit de 13e eeuw, en daar kun je helemaal in en omheen lopen. We gebruiken dat als een doel voor een eetlustopwekkende wandeling en dat lukt heel goed, want aan de voet van de toren zit een groepje Zwitsers te grillieren en dat ruikt allemaal uitstekend. Verder stellen we vast dat er twee belangrijke dingen zijn die iedereen over Meiringen zou moeten weten:

  • Meringues komen uit Meiringen. Ergens in 1600 heeft een Meiringer bakker ze uitgevonden. Ze werden erg populair aan het hof van Lodewijk XV, en omdat die Meiringen niet uit kon spreken werden het meringues. Overigens noemen de Fransen ze meestal baisers. Tja, je moet wat als je Meiringen niet uit kunt spreken.
  • Sherlock Holmes is in één van de verhalen van Arthur Conan Doyle samen met zijn aartsvijand professor Moriarty in de nabijgelegen Reichenbachfall gekukeld. Holmes overleefde, maar maakte van de gelegenheid gebruik zijn eigen dood te ensceneren om er zeker van te zijn dat handlangers van Moriarty hem niet zouden achtervolgen. Meiringen staat dan ook vol met Holmes. Er is een Sherlock Holmes hotel, een Sherlock Holmes museum, zodat het geheel een bedevaartsoort voor veel Britten is.

Terug in het hotel ontmoet ik totaal onverwacht een ex-collega uit mijn NS-tijd. Ja, ook Nederlanders komen graag op vakantie in Meiringen – het krioelt er van de Nur Links-stickers op auto’s.

In het restaurant meldt de kok dat het gourmet-menu vandaag niet beschikbaar is. Hij heeft op donderdag altijd bezoek van zijn Vietnamese vriend en dan tuet mir ächli zäme asiatisch choche (“dan doen we een beetje samen aziatisch koken”). Hij kan ons het Thaise viergangenmenu dan ook van harte aanbevelen. Wij laten ons overtuigen en hij stelt ons niet teleur. We krijgen niet het hete Thaise eten wat je  misschien zou verwachten, maar in plaats daarvan is het eten telkens heel subtiele oosters gekruid. En dat noemen ze dan ächli choche (een beetje koken). Wij lusten er wel pap van en eten onze buikjes rond en dik. We krijgen dan ook niet helemaal precies vier gangen. Zo af en toe komt er wat eten tussendoor dat blijkbaar niet als gang telt maar van het aanrecht is gevallen tijdens het choche. Zeker zeven keer krijgen we wat lekkers geserveerd, en pas tegen een uur of half elf zijn we uitgegeten. Een inspannende maar smakelijke avond!

De volgende ochtend stellen we vast dat ook de ontbijttafel uitstekend verzorgd is. Er is een uitgebreid buffet, onder andere met gekookte eieren van glückliche Haslitaler Hühner. Er blijken zelfs teksten op de eieren geproduceerd te worden: op vrijdag staat er Treffsicher op mijn eitje, met een verwijzing naar het lepeltje waarmee het ding gepeld moet gaan worden – en op zaterdag Eiphone 5. Een kip met een telefoon – het moet toch niet gekker worden.

Na het ontbijt gaan we op zoek naar de Reichenbachfall. Je kunt er met een funiculaire naartoe, en aan het dalstation van de funiculaire staat, hoe toepasselijk, een privekliniek voor verslaafden. Bovenaan vinden we watervallen waar je inderdaad liever niet in kukelt. En de Engelse Holmes-bedevaartgangers kunnen als Sherlock Holmes op de foto. Wij wandelen vanaf het bergstation door bossen en langs weiden met schapen en koeien – die overigens een opmerkelijke belangstelling voor ons hebben en ons tot het einde van hun weitjes blijven achternalopen – naar de Aareschlucht. Hier loopt de rivier de Aare 1400 meter lang door een 200 meter diepe kloof – en natuurlijk kun je door die kloof lopen. Vrijwel over de hele lengte is een soort langgerekt balkon aan de kloof bevestigd zodat je van de ene naar de andere kant kunt lopen.

Gelmerseebahn

Gelmerseebahn

Aan het eind van de kloof gekomen nemen we het treintje naar Innertkirchen en vervolgens de postauto richting Grimselpas. Ons reisdoel is nog een andere funiculaire, die naar de Gelmersee. Elke funiculaire in Zwitserland heeft wel iets bijzonders. Die bij de Reichenbachfall is natuurlijk helemaal Sherlock Holmes. En die van de Gelmersee is de steilste: 106%. Het ding ziet er dan ook meer uit als een achtbaan. Bij aankomst aan het dalstation worden we aanvankelijk teleurgesteld: de funiculaire is voor vandaag al helemaal uitverkocht. Nadere inspectie leert, dat alle ritten naar beneden zijn uitverkocht. In de ritten naar boven is nog ruim voldoende plaats. Maar dan moeten we naar beneden wandelen. Is ook niet erg: het is een prachtige omgeving, boven lopen we over de stuwdam en vervolgens door een aangenaam berglandschap. En we hoeven voor de funiculaire maar een enkeltje te kopen en geen retourtje. Van dat enkeltje worden ook nog eens drie franken afgehaald omdat we met het openbaar vervoer zijn gekomen en die zetten we om in ijsjes. Als kaartje krijgen we een geplastificeerd kartonnetje met de tekst “Bergfahrt 14:30”. Het ziet er naar uit dat dit kaartje bij het bestijgen van het voertuig weer afgepakt gaat worden en omdat ik geen “gat” in mijn treinkaartjesverzameling wil hebben vraag ik dus netjes om een kaartje om te bewaren. En krijg er een. De verzameling is gered.

Hangbrug bij de Gelmerseebahn

Hangbrug bij de Gelmerseebahn

We hebben nog even de tijd en kunnen daarom ook nog de andere kant op lopen. Daar is een 70 meter lange hangbrug over een 70 meter diepe kloof gebouwd. Onder in de kloof twee watervallen waarvan het water elkaar in de val ontmoet. Prachtige regenboog-effecten.

De funiculaire zelf lijkt inderdaad op een kermisattractie, inclusief een beugel die over je heen komt om te zorgen dat je niet zomaar overboord kiepert. Gelukkig ligt het tempo beduidend lager dan dat van een achtbaan. De 1030 meter worden in zo’n 12 minuten afgelegd.

Boven – 1850 meter boven de zeespiegel – is het koud. We lopen over de stuwdam en volgen dan de zwitserse bergwandelbewegwijzering met wit-rood-witte strepen. Helaas stuurt die ons een heel andere kant in dan wij willen: langs de voet van de stuwdam weer terug. Annina neemt nu het heft in eigen hand en ontwerpt een eigen route naar het pad dat we eigenlijk hadden moeten nemen. Na enig klauteren bereiken we dat ook en dan vertoont de bewegwijzering verder geen gebreken (niet dat er nou veel alternatieve routes voorhanden zijn, maar goed). De postauto brengt ons weer terug naar Innertkirchen, en de trein van de Meiringen-Innertkirchen-Bahn – of in dit geval eigenlijk de Innertkirchen-Meiringen-Bahn – brengt ons weer naar Meiringen. Daar maken we gebruik van sauna en bubbelbad (daar zie je niets van) voordat we een tweede keer in ons hotel gaan dineren. Vanavond is het Degustation-Menü wel te krijgen en we zijn dan ook erg benieuwd. De voorgerechtjes zijn heerlijk. Maar het hoofdgerecht vinden we maar zo-zo. Lekker hoor, maar niet heel bijzonder. Wat dat betreft kan de kok beter ächli asiatisch go choche.

Op zaterdagochtend willen we eigenlijk het treintje naar de Brienzer Rothorn met een bezoekje vereren. We zijn echter niet de enigen, en de treinen zijn al hartstikke vol. Om mee te mogen, moeten we een goed uur wachten. Kortom, uitermate teleurstellend. We besluiten de Brienzer Rothorn dan maar de Brienzer Rothorn te laten en verder te reizen. Dubbele pech: de (gewone) treinis ook net vertrokken. Maar dan ziet Annina een groep mensen aan het meer staan en een boot die op hen afkomt. We kunnen natuurlijk ook met de boot verder. De boot blijkt via Giessbach naar Interlaken te varen. Hij doet er wel wat langer over dan de trein, maar het is mooi weer en met onze eersteklas OV-jaarkaart kunnen we op het bovendek van de boot zitten.

Giessbach

Giessbach

Bovendien blijkt er in Giessbach ook nog een leuke funiculaire te zijn: van het meer naar het Grand Hotel.Hij rijdt niet alleen voor hotelgasten maar ook voor anderen. Ook deze funiculaire heeft iets bijzonders: het is de oudste van Europa. Bovendien gaat hij over de reusachtige Giessbach-watervallen heen. Aangekomen bij het hotel genieten we een klein uurtje van het uitzicht op de watervallen, nemen de

Giessbachbahn

Giessbachbahn

funiculaire terug en dan de boot naar Iseltwald. Vanaf Iseltwald moet een postbus ons dan naar Interlaken brengen om de trein van 14:00 te halen. Dat lukt maar net, want deze postbus loopt om onbegrijpelijke redenen een stevige vertraging op. Na enig hollen ploffen we hijgend neer op het comfortabele pluche van de collegae die ons terug naar Olten rijden. We doen wat boodschapjes, Annina bakt een heerlijk zalmpje en zo genieten we nog even na van een weekendje Berner Oberland.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Reizen, Reizen in Zwitserland, Typisch Zwitsers, Wandelen

Een Reactie op “Een weekendje Haslital

  1. Neef Kees

    Leuk verslag! Oom Bernard en tante Janke hebben ook al eens in dat hotel gezeten. Ach, en die Brienzer Rothorn doen we nog wel eens.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s