Niet alleen Spies draait. De PvdA draait mee.

Door de val van de regering was er goede hoop dat het wetsvoorstel van minister Spies om de dubbele nationaliteit aan banden te leggen, nu definitief of in elk geval voor lange tijd van tafel zou zijn. Zelfs de minister zelf beweerde op een gegeven moment dat ze niet blij met het voorstel was en dat het slechts vanwege de lieve vrede met de PVV ingediend was.

De verwachting was dan ook, dat het wetsvoorstel controversieel verklaard zou worden en dat een volgende regering – aangenomen dat men voortaan verstandig genoeg zal zijn om zich niet door de PVV te laten gedogen – het wetsvoorstel zou intrekken. Helaas, niets blijkt minder waar. En de tegenslag komt uit onverwachte hoek. De PvdA wil het voorstel namelijk niet controversieel verklaren, en daarmee is er een kamermeerderheid die het voorstel nog tijdens het demissionair zijn van de regering wil behandelen. Volgens het NRC heeft de PvdA zoiets van “Laat de minister maar komen”. De PvdA, tegenstander van het wetsvoorstel, verwacht blijkbaar dat het demissionair zijn van de regering voldoende aanleiding zal zijn voor de regeringspartijen VVD en CDA om tegen het voorstel te stemmen.

De PvdA vaart daarmee een riskante koers. Het is bekend dat de PVV, maar ook rechtse kringen van het CDA, voor het wetsvoorstel zijn. De VVD schijnt diep in haar hart tegen te zijn, maar heeft dat tot nu toe nog niet in de Tweed Kamer tot uiting durven brengen en boze tongen beweren dat de VVD in geval van een missionaire regering gewoon voor het voorstel zou hebben gestemd – om de lieve vrede met de gedoogpartij te bewaren. Verder is het bekend dat SGP en CU, als confessionele partijen, niet veel op hebben met dubbele nationaliteiten.

Het is bovendien verkiezingstijd. Partijen die bang zijn stemmen aan de PVV te verliezen, zouden uit campagneoverwegingen wel eens voor het wetsvoorstel kunnen stemmen. Dat geldt niet alleen voor VVD en CDA, ook binnen de SP is het standpunt over dubbele nationaliteiten niet zeker. De SP brengt de dubbele nationaliteit steeds in verband met de namenlijstenproblematiek in Marokko (waar het wetsvoorstel overigens geen oplossing voor kan bieden) en vergeet daarbij voor het gemak de consequenties voor Nederlanders in het buitenland.

Woordvoerder Van Dam van de PvdA is er luchtigjes over: “Het boerkaverbod kan nog altijd worden teruggedraaid. En wat betreft de dubbele nationaliteit, dat is een onderwerp dat zo snel mogelijk van tafel moet. Zo’n anderhalf tot twee miljoen mensen zitten in onzekerheid over of ze een van hun paspoorten moeten inleveren. Zij verdienen snel duidelijkheid.” Van Dam begrijpt het niet goed. Die groep van anderhalf tot twee miljoen mensen wil niet zozeer duidelijkheid als wel het behoud van hun dubbele nationaliteit. Op de duidelijkheid dat ze hun tweede pas niet mogen behouden, zitten ze bepaald niet te wachten.

Het lijkt er eerder op, dat Van Dam door de verkiezingskoorts bevangen is, en hoopt dat de PvdA zich kan profileren door zich te verzetten tegen boerkaverbod en verbod op dubbele nationaliteit, zelfs als de voorstellen in de huidige samenstelling van de Kamer een meerderheid gaan halen. De macht schijnt voor de PvdA belangrijker te zijn geworden dan de inhoud.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Bureaucratie, of de Strijd om de Paarse Krokodil, Dubbele nationaliteit, Grensperikelen, Nederlandse bureaucratie

Retoromaans

Pinksteren is wel een geschikte dag om wat te vertellen over Retoromaans, een verzameling talen die in een aantal dalen van kanton Graubünden nog gesproken wordt. Het zijn overblijfselen van een groep talen die aanvankelijk tot in de kantons St. Gallen en Glarus gesproken werden, maar inmiddels grotendeels door het Duits zijn verdrongen. Dat het ook tot in Chur gesproken is, valt af te leiden uit de term Churwelsch, een zestiende-eeuwse betiteling voor de von den Einwohnern von Chur gesprochene welsche (d.w.z. “franse”, vergelijk het Nederlandse “waals”) Sprache. Martin Luther had het in de 16e eeuw over Kauderwelsch, wat wij weer kennen als koeterwaals.

Tijdens de volkstelling van 1990 gaf nog meer dan 66.000 van de inwoners aan dat Retoromaans hun moedertaal is, tien jaar later was dat nog maar 35.000.

Zoals gezegd, Retoromaans is een verzameling van vijf talen. Voor buitenstaanders lijken ze onderling op elkaar, maar in de praktijk verschillen ze meer van elkaar dan de Zwitserduitse dialecten. Het zijn ook meer dan dialecten: alle talen hebben een eigen officiële spelling. Men onderscheidt van west naar oost:

  • Sursilvan, gesproken in het dal van de Vorderrhein
  • Sutsilvan, gesproken in delen van het dal van de Hinterrhein
  • Surmiran, gesproken in het Albuladal
  • Putér in het Oberengadin
  • Vallader in het Unterengadin en Val Mustair (daar dan de dialectvariant Jauer)

In de jaren ’70 en ’80 is daar dan nog het Rumantsch Grischun bijgekomen. Dat is een door de retoromaanse taalvereniging ontwikkelde compromistaal tussen de vijf talen. Het is dus een kunstmatig ontwikkelde taal. De gedachte is, dat één taal beter in staat is te overleven dan de vijf aparte talen. Of het werkelijk helpt, staat te bezien.

Aan de ene kant maakt het dingen makkelijker. Zo is retoromaans een officiële taal van de Zwitserse staat – althans voorzover het communicatie met Retoromaanstaligen betreft. Je mag dus als burger in het retoromaans met de regering van gedachten wisselen en ze zullen je ook netjes in het Retoromaans te woord moeten staan. Vanzelfsprekend is het voor de staat handiger om één vertaler Rumantsch Grischun in dienst te hebben dan vijf vertalers Sursilvan, Sutsilvan, Surmiran, Putér en Vallader. Ook de bankbiljetten hoeven niet extra groot gemaakt te worden – milli francs volstaat als vertaling van tausend Franken. Daarnaast wordt opgemerkt dat ook het hoogduits een soort eenheidsworst is die weliswaar handig is als schrijftaal, maar de zwitserduitse dialecten niet verdringt.

Aan de andere kant ervaren kinderen met een van de vijf retoromaanse talen als moedertaal het Rumantsch Grischun als een extra vreemde taal, bovenop hun eigen retoromaans dus, die ze op school moeten leren. Veel mensen zijn dan ook bang dat de nieuwe kunstmatige taal de doodssteek zal zijn voor het retoromaans: de retoromaanstaligen accepteren het niet als hun eigen taal. In 2011 is besloten, dat leermiddelen voor de basisscholen voortaan weer in de vijf oorspronkelijke talen gedrukt kunnen worden. Het besluit uit 2003 om voortaan alleen nog maar leermiddelen in Rumantsch Grischun te ontwikkelen, is daarmee teruggedraaid.

Als inwoner van Olten kom je het retoromaans niet dagelijks tegen – afgezien van de zwitserse bankbiljetten. Maar zo af en toe merk je er wat van. Zo staat er niet alleen Ausländerausweis op mijn verblijfsvergunning gedrukt, maar ook Legitimaziun d’esters, voor het geval dat ik me eens in Bravuogn moet legitimeren. En natuurlijk is Asterix en de Helvetiërs ook in retoromaans verkrijgbaar onder de titel Asterix ed ils Helvets. Ook koren hebben blijkbaar af en toe retoromaans repertoire: het koor van Matzendorf, dat ik op 24 juni ga ondersteunen bij hun concert, heeft o.a. Dorma bain op het repertoire staan. Buna not, dorma bain betekent waarschijnlijk zoiets als goede nacht, droom mooi.

 

3 reacties

Opgeslagen onder Bureaucratie, of de Strijd om de Paarse Krokodil, Mijn emigratie - zomer 2009, Taal, Typisch Zwitsers, Zwitserse bureaucratie

Een abc’tje op Corsica

De boot van Nice naar Corsica heeft een culinair uitgekiende dienstregeling. Vertrek is rond het ontbijt, aankomst net voor de siësta, oftewel na lunchtijd. Men serveert ontbijtjes als en met zoete broodjes, en ook 5 stuks aan ons. Daarna leggen we ons neer in de ligstoelen, die in ruime mate voorhanden zijn aan dek. Het is net warm genoeg om het niet koud te krijgen en we brengen de tijd tussen de maaltijden in dommelende toestand door, slechts onderbroken door een Znüni.

In Calvi vinden we ons hotelletje en dat ligt in een betere buurt dan in Nice. Lekte in Nice de douche in verticale richting, hier lekt-ie horizontaal. Want net als in Griekenland vindt men een douchegordijn een overbodige luxe. Verder geen klachten. We brengen de siësta aan zee door. Sommigen van ons zijn zelfs zo dapper de zee in te gaan ondanks de lage temperatuur van het zeewater. De tweede helft van de middag brengen we door met het kopen van treinkaartjes voor morgen en het bezichtigen van de prachtige burcht van Calvi. Hierbij zij opgemerkt dat ook de ticketprinter van loket Calvi van heel matige kwaliteit is.

We vinden een uitstekend restaurantje en genieten van een menuutje met een charcuterie, een corsicaans stoofpotje en een toetje, begeleid door een corsicaans roseetje. We stellen vast dat we echt vakantie hebben.

De volgende ochtend begint ons abc’tje Corsica. Of eigenlijk een cba’tje want we leggen het geheel in omgekeerde richting af. Corsica heeft namelijk spoorlijnen die uit A, B en C (Ajaccio, Bastia en Calvi) vertrekken en elkaar midden op het eiland ontmoeten. De dienstregeling is niet erg frequent zodat we al om 8 uur weg moeten. Gelukkig zijn er ruim voldoende gelegenheden die ontbijt aanbieden, zelfs om 7 uur 40. De serveerster kondigt aan dat ze vite zal zijn en dat is ze ook. Zelfs stamgasten worden slechts gekust en omarmd – maar pas na ons bediend.

Corsicaanse lezertjes hadden ons dus keurig op tijd in de trein naar Bastia kunnen aantreffen. Het is een piepklein motorwagentje dat zich broemend in beweging zet. De conductrice heeft een keurig bloesje van de CFC aan, daarnaast gympies en een spijkerbroek met airconditioning op ten minste drie extra plekken. Ze meldt ons dat we in Casamozza moeten overstappen, terwijl de dienstregeling had beloofd dat we in de rechtstreekse trein 100 naar Bastia zaten. Afijn, zolang er geen vervangende bus aan te pas komt wollen wir ja nicht meckern. De boemel boemelt eerst langs de kust en dan door het binnenland. We kunnen meegluren met de machinist en stellen vast dat de snelheid soms tot wel 70 km per uur wordt opgevoerd (!) In Ponte Leccia is er een knoopje met aansluiting naar Ajaccio. In Casamozza stappen we over – blijkbaar optimaliseert men de materieelomloop? – en bereiken om 11.07 Bastia. De ticketprinter aldaar doet het (wel) goed en we gaan de stad in voordat we om kwart voor vijf de geleverde treinkaartjes naar Ajaccio gaan gebruiken.

In de oude haven worden wij culinair verweend met grote salades “Caprese”, alweer charcuterie, mosselen op Bastiaanse wijze met frietjes en café gourmand met pannacotta, soesjes, koffie en nog iets lekkers. We dwalen door de oude stad, bekijken de burcht, het grote plein, en alle restanten van oud hysterisch materieel op het opstelterrein van station Bastia. Nog een drankje, wat postkaartjes kopen, en we nemen een blinkend nieuw treinstel naar Ajaccio.

Snel gaat dat niet. Voor de 157 kilometer en 430 meter heeft het voertuig 3½ uur nodig. Nieuw, met grote ramen en met zicht op de machinist – alleen maakt het voertuig wel erg veel lawaai. Het landschap is prachtig. Dat maakt veel goed en combineert fijn met de grote ramen van de trein.

Het stationnetje van Ajaccio stelt niet veel voor en dat geldt jammergenoeg ook voor de drie sterren van hotel Fesch. Weliswaar is er draadloos internet en heeft de badkamer een föhn (maar voor föhn kun je ook gewoon in Zwitserland blijven, daarvoor ben ik niet naar Ajaccio gekomen!), maar de badkamer heeft na de föhn alleen nog maar plek voor wc, douche en wastafel. Noch een douchegordijn, noch de hotelgast past erbij als je de deur netjes dicht zou willen doen. Onze kamer is zo klein dat je maar van één kant toegang hebt tot het tweepersoonsbed. En dan mogen we niet mopperen. Onze boeking voor 5 was netjes in het hotel aangekomen, maar als een boeking voor 3 geïnterpreteerd. Afijn, je bent in een slaapkamer het grootste deel van de tijd met je ogen dicht, zullen we maar zeggen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de kamer van de drie neven iets groter is en dat het ontbijt dik in orde is.

Na het copieuze déjeuner in Bastia eten we bij de buren (Café Latin) een kleinigheid: de bruschetta’s zijn erg lekker, in het bijzonder de Bandit.

Ook Ajaccio heeft een haven, een burcht en strand, en daar brengen we de zaterdag mee door. Het copieuze ontbijt betekent dat we lunchen met ijs en verse ananas, voor één van de standbeelden van ene Bonaparte, hier alomtegenwoordig. De ober vraagt waar we vandaan komen, en vervolgens wat het verschil is tussen Hollande en Pays-Bas. Wel, dat is simpel. De ene is sinds een paar dagen Président de la République en het andere is een lapje grond onder de zeespiegel.

Het avondeten hebben we bij “Zanzibar”, in een rustig steegje. Onder andere pasta met lamsvlees. Dan melden we ons bij de boot Napoleon Bonaparte (je komt die vent echt overal tegen hier) die ons naar Marseille gaat brengen. We hebben tout confort geboekt en beschikken over een hut die ruimer en goedkoper is dan de kamer in hotel Fesch. Zo kunnen we gezellig babbelen en borrelen met de neefjes. We kunnen ook zwemmen op de boot. Er is een zwembadje en er zijn ook jacuzzi’s. Het is wat vreemd. Een mens neemt toch juist een boot om niet te hoeven zwemmen?

Zondagochtend leggen we aan in Marseille. De neefjes rennen van boord en halen zodoende nog net de TGV naar het noorden. Wij doen het rustig aan. Eerst moeten we een reusachtige doolhofwandeling maken door het oergezellige -not!-havengebouw van Marseille. Dan belanden we bij de kathedraal, die vooral gesloten is, misschien wel omdat hij in de arabische buurt van de stad staat. We ontbijten frans-arabisch met koffie, croissant en chocoladebroodje in bar L’Autoroute, die hoofdzakelijk op Arabische stamgasten lijkt te draaien. Behalve de nieuwslezeres van Al Jazeera is Annina de enige dame in het gezelschap.

We zien de Arc de Triomphe (de Marseillaanse variant), nog meer arabische buurt, de oude haven, het monument voor de Marseillaise en een snoepwinkel die tegelijkertijd de droom van elk kind en de nachtmerrie van elke tandarts moet zijn.

We eten geheel in stijl in een Tunesisch restaurantje en beklimmen dan de grote klimakos naar station St.-Charles. Daar wordt na enig aarzelen op spoor B een dubbeldeks-TGV neergezet. Het ding is tot aan de laatste plaats volgeboekt en er is zelfs een groep “in overboeking”, wat betekent dat ze genoegen moet nemen met eersteklas plaatsen op twee voeten. De trein is daardoor ook voor de zittende reizigers onaangenaam vol. Bovendien zitten we vlak bij het bagagerek en het blijkt dat vrijwel elke reiziger elke tien minuten dringend iets uit zijn of haar bagage moet halen. Kortom, de rit is snel maar niet bijster comfortabel. Pas na Avignon lijkt het iets rustiger te worden – bij een bezoek aan het toilet stellen we vast dat de reserveringsloze groep nu de trappen in plaats van de gangpaden heeft ingenomen.

Na Genève gaat het dan allemaal ineens weer uiterst Zwitsers toe en rond acht uur steken we de sleutel in het slot van Gleis 5.

1 reactie

Opgeslagen onder Reisverslagen, Reizen, Reizen van en naar Zwitserland

Een blanco ticket naar Corsica, alstublieft

Het was de hoogste tijd voor een neven- en nichtentreffen en omdat we dat met Hemelvaart op Corsica wilden doen, kon men mij woensdagmiddag rond 13.30 aantreffen op het station van Bern, alwaar ik Eurocity 57 betrad. Annina was al uit Olten vertrokken en ik trof haar betrekkelijk ontevreden aan op plaats 106 in rijtuig 2 van voornoemd voertuig. Onze collegae hadden plaats 105 voor mij gereserveerd in de hoop en belofte dat we dan tegenover elkaar aan het raam zouden komen te zitten. Dit bleek echter achter elkaar te zijn, hetgeen de betrekkelijke onvrede verklaart.
Om onduidelijke redenen vertrekken we te laat (+4) uit Bern. Zoiets als: u bent nog in Zwitserland, maar we geven u al een voorproefje van Italië. Dat nemen we liever in het restaurant. Daar kunnen we elkaar tenminste aankijken. We genieten van (hoe Italiaans) aspergerisotto en (hoe on-Italiaans) Thai curry. Tegenover mij zit een collega van de wagenreiniging. Een onderschat beroep – terwijl de reinheid van de Zwitserse treinen haast even spreekwoordelijk is als de stiptheid.
Naast ons zit een man in pak met hoed. Hij heeft zojuist uitgebreid geluncht en bestelt nog een grappa als digestief. Helaas vliegt glas met inhoud over zijn kostuum als de trein ineens hard remt. Een nieuw glas met inhoud is het probleem niet – dat krijgt hij cadeau – maar zijn pak heeft nu een vlek en een geurtje op een grappige plek.
Zodra we Italië inrijden gaan we op de rem. De Italianen zijn nog steeds niet klaar met de “noodreparaties” op dit traject en we moeten over een enkel spoor waar nu een tegentrein over rijdt. Om ongelukken te vermijden wachten we dus een stief kwartiertje. Er is dan ook nog een extra stop in Iselle en zo bereiken we Domodossola met +27.
De douane doet ondertussen de ronde, vooral de Guarda di Finanzia. De chef is er ook bij, in een uniform met pet waar een Noord-Koreaanse generaal jaloers op zou zijn. Hij heeft zijn neus zo hoog in de lucht, dat hij het plafond zou kunnen afstoffen.
Ondertussen is de 27 minuten vertraging precies de overstaptijd in Milaan. De conductrice meldt, dat onze aansluiting van spoor 19 vertrekt en dat de klantenservice op spoor 21 zit, voor het geval dat we ‘m missen. We komen met +28 aan en als een wonder laat de FS onze aansluiting wachten. En zelfs de omroep is alleen maar vertraagd en niet opgeheven, want als we uit zitten te hijgen op onze stoelen horen we op het perron het bericht voor viaggiatori provenienda di Basilea dat de coincidenza per Genova Piazza Principe e Ventimiglia van binario dicianove vertrekt.
In de trein zitten we tot Genua bij een Italiaans echtpaar. De vrouw is gepensioneerd docente Italiaans voor buitenlanders en ik krijg bijles.
Na Genua rijden we langs de prachtige middellandsezeekust. Jammer van al die tunnels! We zijn ook weer netjes op tijd en halen de overstap op het boemeltje naar Nice.
Niet iedereen mag Frankrijk in. Zo hebben drie medereizigers wel een kaartje maar geen paspoort, zodat de douane ingrijpt. Wij hebben wel een paspoort maar geen kaartje. Dat is dan weer geen probleem. De conducteur verkoopt ons graag twee enkeltjes Nice met korting. Kost zeven fop, daar hoeven we dus niet over te mopperen. Hij heeft echter niet terug van een tientje. Of ik misschien kleingeld heb? Nee, wel een bankkaart. Dat lijkt ook te kunnen, hij produceert een chipapparaat. Mijn pin wordt geslikt, maar het apparaat sputtert en spuugt dan een wit papiertje met een handvol parallelle streepjes uit. Kapot. De conducteur kondigt aan dat hij later wel terugkomt, wat hij niet doet. Tot nu toe heeft het e-banking geen boeking van 7 euro aan de Franse spoorwegen opgeleverd. Maar het kaartje was hartstikke wit, dus we hebben hooguit lichtgrijs gereisd.
Terwijl wij stipt Nice Ville bereiken, rekenen de neefjes af bij de Indiër in Nice. Het weerzien in Hôtel des Flandres is allerhartelijkst. Het hotel ligt op de grens van een louche en een minder louche buurt, vlak bij het station. Het is er maar zo-zo. Op de kamer van de neefjes, bijvoorbeeld, is elke douche van de bovenburen duidelijk waarneembaar in de vorm van een frisse lekkage in hun eigen douche. Gelukkig douchen de bovenburen maar één keer tijdens ons verblijf.
De volgende ochtend nemen we de tram. Ook de printer van de lokale tram- en busboer vertoont mankementen en spuugt slechts half leesbare tickets uit. De magneetkaartlezer heeft er echter geen problemen mee, dus mogen we mee. Het is een hippe tram, met bij elke halte een ander muziekje – bijna een half pianoconcert. En hoewel de taal van de Republiek het Frans is, wordt er ook in het lokale dialect omgeroepen. Bij het vijfde deel van het halve pianoconcert stappen we uit. Nu lijkt het lastig te worden. De boot vertrekt duidelijk van de rechterkant van de haven, maar volgens ons ticket moeten we ons aan de linkerkant melden. Links blijkt inderdaad een loketje te zijn. Dat doet niets met ons kaartje, maar fungeert als bushalte voor het minibusje (“navette“) dat ons alsnog naar de boot brengt. Het is een hip ding, met zelfs een display dat toont waar we rijden.
Door de navette te gebruiken, belanden we in het Systeem en verloopt alles soepel. Vlak voor de boot doet iemand nog iets met een handscanner en ons kaartje, vraagt zich af of het wel een ticket voor vijf is terwijl dat er toch duidelijk op staat, en wijst ons via het laadruim van de auto’s naar binnen.

(wordt vervolgd)

1 reactie

Opgeslagen onder Reisverslagen, Reizen, Reizen van en naar Zwitserland

Foutje, bedankt!

Foutje, bedankt!

Foutje, bedankt!

Je kunt van alles beweren over Zwitserse precisie. Ook hier gaat het soms mis. Zo heeft één van mijn collegae onlangs geprobeerd een display te repareren in de deur van de trein waar ik vanochtend mee reis.

Jeuk aan mijn operating system!

Jeuk aan mijn operating system!

Het beeldscherm op het balkon lijkt door dezelfde collega onder handen te zijn genomen en bovendien jeuk aan het operating system te hebben.
De conducteur kon er om lachen: ik mocht mijn kaartje ook 180 graden gedraaid laten zien.

1 reactie

Opgeslagen onder Reizen, Reizen in Zwitserland, Typisch Zwitsers

‘Meer ruimte voor behoud van dubbele nationaliteit’ | Het Financieele Dagblad

Na het fiasco van het kabinet Rutte (ik hang er geen volgnummer aan, daarmee zou ik suggereren dat er nog zo’n kabinet zou kunnen komen en dat doe ik liever niet) roepen prominente CDA’ers om het hardst dat ze eigenlijk helemaal niet tegen dubbele nationaliteiten zijn. Op vijf mei – bevrijdingsdag, mooier kan eigenlijk niet – mengt ex-CDA-minister Hirsch Ballin zich in de discussie.

Hij doet uitspraken die tot voor kort niemand voor mogelijk zou hebben gehouden van een CDA’er: volgens Hirsch Ballin moet er nagedacht worden over de vraag of de regelingen in de toekomst niet verruimd moeten worden. Uitgangspunt moet wat hem betreft zijn dat mensen afstand kunnen doen van een nationaliteit als zij dat willen – en als ze dat niet willen, moeten ze de dubbele nationaliteit kunnen behouden.

Hirsch Ballin legt een aantal uitstekende argumenten op tafel:

  • De Nederlandse discussie rondom dubbele nationaliteiten wordt verstoord door de Marokkaanse wetgeving, die verbiedt dat mensen hun Marokkaanse nationaliteit opgeven. Het feit dat dat niet kan, gecombineerd met een aantal andere Marokkaanse wetten (onder andere erfrecht en naamgevingsrecht), brengt veel Marokkaanse Nederlanders in de problemen. Omdat het hier mensen met een dubbele nationaliteit betreft, wordt automatisch “de dubbele nationaliteit” als schuldige aangewezen voor het probleem – en vervolgens wordt door te roepen dat “dubbele nationaliteiten verboden moeten worden” met het badwater ook de baby weggegooid.
  • Minister Spies moest het impliciet ook al toegeven, toen ze het kabinetsstandpunt tegen dubbele nationaliteiten op televisie moest verdedigen. In Nederland hebben meer dan een miljoen mensen een dubbele nationaliteit en dat heeft nog niet tot noemenswaardige problemen geleid. Integendeel, zij zijn een “belangrijke trait-d’union met het buitenland”, aldus Hirsch Ballin
  • Als je mensen met een dubbele nationaliteit het mes op de keel zet, loop je het risico dat ze afzien van het Nederlanderschap. Dat heeft een averechts effect op de integratie en is onwenselijk.

Het lijkt er dus op, dat ook confessioneel Nederland wakker wordt en de deur naar dubbele nationaliteiten verder open wil zetten. De “uiting van xenofobie”, de “zinloze voorstellen van het kabinet om mensen te dwingen om een keuze te maken”, heeft ervoor gezorgd dat er uiteindelijk bij het CDA een frank (bij voorkeur een Zwitserse) is gevallen. Dubbele nationaliteiten zijn niet eng.

‘Meer ruimte voor behoud van dubbele nationaliteit’ | Het Financieele Dagblad.

 

4 reacties

Opgeslagen onder Dubbele nationaliteit, Grensperikelen, Nederlandse verkiezingen

Robbie de Robot: de eerste tests

Zoals gezegd, Robbie is onze eerste mobiele digitale hulp in de huishouding. Een stofzuigerrobot, om precies te zijn. De afgelopen dagen hebben we Robbie een aantal keren aan het werk gezet en gezien. Maar voordat we Robbie kunnen beoordelen, moeten we eerst weten wat Robbie precies is. Hiervoor grijpen we uiteraard naar The Hitchhikers Guide to the Galaxy:

The Encyclopedia Galactica defines a robot as a mechanical apparatus designed to do the work of a man. The marketing division of the Sirius Cybernetics Corporation defines a robot as “Your Plastic Pal Who’s Fun to Be With.”

Robbie voldoet in meer of mindere mate aan beide criteria.

Robbie is leuk

Daar valt niets op af te dingen. Het is enorm grappig om Robbie door je huis te zien rijden. Op sommige punten doet hij dat handig. Hij herkent de meeste trappen en afstapjes, zodat zijn tere raderwerkjes bespaard blijven voor een confrontatie met de zwaartekracht, en bovendien heeft hij een aparte infraroodzender als hulpmiddeltje. Dat maakt een onzichtbare lijn waar Robbie niet langs komt. Op het eerste gezicht is hij niet erg handig bij het zoeken van zijn weg. Hij botst tegen veel dingen aan, en zoekt dan min of meer met trial-and-error zijn weg. In de praktijk komt hij uiteindelijk verbazend goed op de plekken waar hij gezien zijn afmetingen komen kan. Om schade aan meubels te voorkomen heeft hij kleine stootkussentjes.

Poes is tot nu toe niet zo gecharmeerd van Robbie, maar minder bang van hem dan van de stofzuiger.

Robbie is nuttig

Dat is tot op zekere hoogte waar. Daar waar Robbie komt, zuigt en dweilt hij heel aardig. Katteharen, korrels, stof, het komt allemaal in zijn stofreservoir. Hij heeft een dweiltje dat je vochtig kunt maken en van een beetje allesreiniger kunt voorzien. Dat dweilt ook netjes – al kan een mens al het nodig is meer kracht zetten op een dweil dan Robbie. Toen we Robbie vanmiddag een uurtje in de kelder lieten rijden, was het wel zinvol om een paar keer het dweiltje schoon te maken en opnieuw van vocht en allesreiniger te voorzien. Wat al met al een teken is dat het dweiltje nut heeft.

Robbie is in zijn element op grotere oppervlakten. Stoelpoten, krukjes en bijzettafeltjes maken hem een stuk minder mobiel en het helpt als je die voor hem uit de weg haalt. De stoelen zetten wij omgekeerd op tafel, net als vroeger op school. Ook kabels haal je het beste weg. Het voordeel is, dat je gedwongen wordt om je tafel opgeruimd te houden. Eigenlijk alsof je een “organische” hulp in de huishouding hebt: als hij of zij zijn of haar werk moet kunnen doen, zul je eerst zelf moeten opruimen.

Omdat hij rond is, kan hij niet in de kleinste hoekjes van je kamer komen. Voor de randjes heeft hij een borsteltje dat aan de zijkant van Robbie ronddraait. Dat helpt behoorlijk, maar voor de laatste details zul je toch zelf de stofzuiger moeten gaan hanteren. Overigens zijn dat soort hoekjes precies de dingen die ik normaal bij het stofzuigen als eerste laat zitten als ik het beu ben. Nu ik het “grote werk” aan Robbie overlaat, stel ik vast dat ik de kleine plekjes wel de gepaste aandacht geef.

We hebben het niet getest en gaan dat ook niet doen: de trappen in huis blijven we zelf zuigen. Daar kan Robbie niet uit de wielen.

Waar Robbie moeite mee heeft zijn oneffenheden. Hij komt van onze woonkamer naar de keuken. Hij moet dan vanaf het parket over een strip rijden om op de tegels te komen. Dat gaat iets naar beneden en dat lukt. Terug moet hij echter over de strip en een beetje naar boven, en dat krijgt hij niet of nauwelijks voor elkaar. Met de infraroodafsperring kunnen we Robbie zijn werk eerst in de woonkamer en dan in de keuken laten doen, zonder dat hij onderweg strandt tussen parket en tegels.

Superhandig is Robbie onder het bed. Hij past daar probleemloos onder, in tegenstelling tot wijzelf of onze stofzuigerslangen. In de slaapkamer is hij dan ook een graaggeziene gast.

Testoordeel

We blijven Robbie zeker gebruiken. Het is een enorm leuke gadget, maar daarnaast ook nuttig voor het regelmatig zuigen van de grotere ruimtes in je huis. Dat scheelt mensenwerk, de tijdwinst besteden we dan aan het (beter) schoonmaken van de plekken waar Robbie niet kan komen.

Als we Robbie regelmatig laten rondrijden (vaker dan dat we zelf tot nu toe stofzuigen) blijft het huis beslist schoner en is ook het zuigen van de plekken waar Robbie niet komen kan minder werk. Met name krijgt de poes minder kans om al zijn rommeltjes (haren, aan de poten klevende kattenbakkorrels, …) door het huis te verspreiden.

Robbie heeft verder een UV-lamp. Daarmee schijnt hij over de bodem. Volgens de gebruiksaanwijzing leidt dat tot minder bacteriën in je huis. Of dat werkelijk zo is, weten we niet. Bacteriën zijn verbazend slecht zichtbaar. Maar baat het niet, dan schaadt het vast ook niet.

Gadgetgehalte: 9

Nut: 7

2 reacties

Opgeslagen onder Huisdieren